De oorspronkelijke voeding van de mens

 

Zie tekst en schema’s

Anatomie en fysiologie van het spijsverteringsstelsel

Vergelijking klassieke en natuurlijke voeding

Pro- en anti-inflammatoir voedingspatroon

 

 

A.    Basisvoeding: (alles wat rauw kan gegeten worden)

·         Fruit

·         Noten, zaden, pitjes

 

Kan aangevuld worden met andere voedingsmiddelen die als rauwkost kunnen aanschouwd worden (bereiding onder 40°C):

·         Groenten

·         Eetbare paddestoelen

·         Koudgeperste ongeraffineerde olie

·         Verse kruiden

·         Vers geperste vruchten- en groentensappen

·         Melkzuurgefermenteerde groenten

·         Gedroogd fruit

·         Gekiemde granen en zaden vb. luzernescheuten, fenegriek, quinoa, prei,…

·         Rauwe melk en producten bereid van rauwe melk

·         Rauwe eidooier

·         Honing, stuifmeelpollen, koninginnebrij

·         Eetbare bloemen vb goudsbloem, Oostindische kers, bloesems van appel, peer, kers,…

·         Algen en wieren vb spirulina, chlorella, blaaswier,…

·         Gedroogde kruiden en groenten

·         Green foods: barley green, alfalfabladpoeder, kamutgraspoeder, chlorella, tarwegrassap, spinaziebladpoeder, heermoespoeder, brandnetelbladpoeder,…

 

B.     Aanvullende voeding (mits bereiding):

·         Aardappelen, zoete aardappelen, aardperen, yam

·         Granen: quinoa, boekweit, haver, spelt, tarwe, rogge, fonio, amaranth,…

·         Peulvruchten: soja, bonen, kikkererwten,…

·         Melkproducten: plattekaas, kaas, kwark, yoghurt, room, boter

·         Vis, vlees, eieren

 

C.     Te vermijden voeding, dranken, stoffen: (teveel bewerkingen)

 

Geraffineerde suiker, geraffineerde granen (witmeelproducten zoals deegwaren, witte rijst), koffie, zwarte thee, alcohol, bier, wijn, chocolade, patisserie, ijscrčme, fastfood, smos, conserven, zout, dierlijk vet, snoep, chips, additieven, frisdranken, cola, landbouwchemica-liën, pyrotoxische stoffen, technologische stoffen, zware metalen, microgolf, xeno-oestrogenen, aluminium keukengerei, charcuterie, worst, hotdogs, hamburger, margarine, confituur, choco, enz.

 

 

Omnivoren bestaan niet.  In het dierenrijk kan geen enkele soort tegelijkertijd onder meerdere voedingspatronen ondergebracht worden.  ‘Omnivoren’ zijn meestal herbivoren die door een tekort of gebrek aan hun natuurlijke eiwitbron uit noodzaak ander voedsel gebruiken, bvb de ijsbeer (herbivoor) die vissen vangt of de panda (carnivoor) die plantaardig voedsel eet, de gorilla (fructivoor) die bladeren, stengels en scheuten eet, de chimpansee (fructivoor) die op bavianen jaagt (territoriumgedrag).

De mens noemt zichzelf omnivoor omdat hij al zo ver van zijn oorspronkelijke voeding is afgeweken en door de beheersing van het vuur zodanig veel andere voedingsmiddelen eetbaar heeft kunnen maken, dat zijn instinct verloren is gegaan.

De bekende paleo-antropoloog Richard Leakey kwam uit het vergelijkend onderzoek en bestudering van talrijke fossielen en het reliëf van het tandopppervlak met zijn medewerkers tot de vaststelling dat de oermens een fructivoor was.  Zodoende moest hij zijn beroemde ouders, Louis en Mary Leakey, tegenspreken, die beweerden dat de oermens van jacht en visvangst leefde. 

 

Hoe komt het dat deze kennis nog niet is doorgedrongen in onze schoolboeken?

Laten we het met het bekende citaat van Max Plank, Nobelprijs fysica, zeggen:

“Het duurt ruim 50 jaar vóór dwaalleren in de wetenschap door nieuwe inzichten worden afgelost.  Eerst moeten niet alleen de oude professoren uitgestorven zijn,

maar ook hun leerlingen.”

 

Elk dier en elke plant leeft in een biotoop, dit is een natuurlijke omgeving waarin hij zichzelf het beste kan handhaven en voortplanten.  De biotoop kenmerkt zich door een bepaalde temperatuurmarge, vochtigheidsgraad, druk, aanwezigheid van voedingsstoffen, planten, prooidieren waarmee hij zich kan voeden, enz.  Verzet men een plant of dier in een andere omgeving, dan zal die de grootste moeite hebben om te overleven en vaak zelfs sterven. 

De historische oorsprong van zowat alle problemen van de mens is te vinden in het verlaten van zijn oorspronkelijke biotoop, nl. de tropen/subtropen waar hij zijn natuurlijke voeding in overvloed vond (vandaar in diverse religies verwijzingen naar ‘het paradijs’).

De mens heeft om onduidelijke redenen de bomen verlaten om zich op de vlakte te vestigen, waar hij de andere bewoners heeft verdreven en aan landbouw is beginnen doen.    Hij heeft zijn nomadenbestaan ingeruild voor een sedentaire levenswijze.

‘De geschiedenis van de landbouw is ook de geschiedenis van de ziekten’ (Dries, p.62) omdat de mens is beginnen samenleven met dieren, zich is beginnen voeden met voedingsmiddelen die niet voor hem geschikt zijn d.w.z. niet aangepast aan zijn specifiek spijsverteringsstelsel van een fructivoor.  De veredeling van gewassen en de bereiding van voedingsmiddelen veroorzaakt ook een daling van de bio-energie van de planten en hierdoor ook van de mens zelf.   Bovendien is hij beginnen samenleven met dieren voor hun melk, vlees, eieren.

We kunnen zeggen dat de ontwikkeling van de landbouw en de veeteelt de bakermat is van de cultuur, maar ook de oorzaak van de milieuproblemen en van de menselijke ziekten.

 

Door de landbouw en de cultuur, gebruiksvoorwerpen, wapens, klederdracht, de woningbouw, de beheersing van het vuur, voedselbereidingtechnieken, verwarming, transport van water, elektriciteit en andere technische ontwikkelingen, is de mens minder afhankelijk geworden van de natuur, zich in andere streken dan zijn eigen biotoop kunnen handhaven en gaan denken dat hij boven de natuur staat.  Hij is antropocentrisch geworden en raakte steeds verder van de natuur verwijderd. 

Bovendien heeft hij de meeste van zijn natuurlijke vijanden uitgeschakeld, mede waardoor er een grote bevolkingsexplosie heeft plaatsgevonden, dat op zich bijdraagt tot de vele milieu- en maatschappelijke problemen waar hij heden ten dage onder te lijden heeft.

 

De mens heeft als fructivoor een aantal overeenkomsten met herbivoren.  Ook al laat de vertering van groenten en bladeren meer afvalstoffen achter en is het rendement lager in vergelijking met fruit, toch is het voedingsdeskundig aanvaardbaar om planten te gebruiken in het voedinspatroon, bvb in de vorm van wortels, aardappelen, kolen, kruiden, een aantal bloemen, peulvruchten, enz.  Hij heeft geen overeenkomsten met granivoren en carnivoren.  Daarom is het beter dat in een gezonde voeding er weinig vlees, vis, en granen gebruikt worden.  De voedingsfouten van de moderne mens zijn een belangrijke verklaring voor de degeneratie en vele ziekten waar hij mee te kampen heeft.  Door voedingsfouten zijn de spijsverteringsorganen belast en de darmflora verstoord.  Door langzaam over te schakelen naar een meer natuurlijke voeding kan de mens zijn gezondheid vaak sterk verbeteren.

 

Geraadpleegde literatuur:

Dries, J., Bio-energetische voedingsleer, Arinus, Genk, 2001

Dries, J., Milieu anders bekeken, Nieuw Leven, Genk, 1990

 

 

© Luc Van Oost – gezondheidstherapeut – www.lucvanoost.be

Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd en mag op geen enkele wijze worden vermenigvuldigd of doorgegeven worden aan anderen zonder toestemming van de auteur.

Dit artikel werd met de meeste zorg samengesteld.  Niettemin is het nooit geheel uitgesloten dat informatie door tijdsverloop, recent wetenschappelijk onderzoek of andere oorzaken onjuist, onvolledig of achterhaald is.  De auteur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor enige directe of indirecte gevolgen voortvloeiend uit de gegevens.  Dit artikel is niet bedoeld als vervanging voor een medische diagnose en medische zorg door een arts.  De lezer wordt uitdrukkelijk geadviseerd zijn arts te raadplegen bij enigerlei klachten of symptomen.

Suggesties, commentaar en reacties zijn steeds welkom op het vermelde e-mailadres.