Beschavingsziekten en de toestand van de wereld

 

‘U hoeft geen catastrofe te verwachten, we zitten er immers midden in’

(Dries, J., Milieu anders bekeken, p. 12)

 

 

Reuma, allergieën, astma, kanker, hart- en vaatziekten, depressie, diabetes, metabool syndroom, overgewicht…  Er zijn talrijke beschavingsziekten.  De WHO heeft overgewicht enige tijd geleden tot epidemie verklaard.

Deze aandoeningen vormen de tol van de moderne samenleving, het comfort, de economie, de technische, chemische en industriele ontwikkeling, de vooruitgangsfilosofie, gebrek aan preventie, veiligheid, ergonomie; werkomstandigheden met weinig respect voor de lichamelijke en psychische gezondheid, enz. 

Het is moeilijk, haast onmogelijk zich een moderne maatschappij voor te stellen zonder al deze beschavingsziekten, ze horen erbij, ze zijn er het gevolg van.   Men probeert bvb. wanhopig naar remedies te zoeken tegen kanker maar als men kanker wil uitroeien, moet men de maatschappij totaal veranderen.

De essentiële oorzaak van al deze problemen is het verbreken van de band met de natuur.  Hoe verder de mens zich van de natuur verwijdert, hoe zieker hij wordt. 

Om te proberen deze ziekten in een ruimer kader te plaatsen, heb ik vooral gebruikt gemaakt van het boek “Milieu anders bekeken” van Jan Dries.

 

 

De historische oorsprong van zowat alle problemen van de mens is te vinden in het verlaten van zijn oorspronkelijke biotoop, nl. de tropen/subtropen waar hij zijn natuurlijke voeding in overvloed vond (vandaar in diverse religies verwijzingen naar ‘het paradijs’).

De mens heeft om onduidelijke redenen de bomen verlaten om zich op de vlakte te vestigen, waar hij de andere bewoners heeft verdreven en aan landbouw is beginnen doen.    Hij heeft zijn nomadenbestaan ingeruild voor een sedentaire levenswijze.

‘De geschiedenis van de landbouw is ook de geschiedenis van de ziekten’ (Dries, p.62) omdat de mens is beginnen samenleven met dieren, zich is beginnen voeden met voedingsmiddelen die niet voor hem geschikt zijn d.w.z. niet aangepast aan zijn specifiek spijsverteringsstelsel van een fructivoor.  De veredeling van gewassen veroorzaakt ook een daling van de bio-energie van de planten en hierdoor ook van de mens zelf.

We kunnen zeggen dat de ontwikkeling van de landbouw de bakermat is van de cultuur, maar ook de oorzaak van de milieuproblemen en van de menselijke ziekten.

 

 

Door de landbouw en de cultuur, gebruiksvoorwerpen, wapens, klederdracht, de woningbouw, de beheersing van het vuur, voedselbereidingtechnieken, verwarming, transport van water, elektriciteit en andere technische ontwikkelingen, is de mens minder afhankelijk geworden van de natuur en gaan denken dat hij boven de natuur staat.  Hij is antropocentrisch geworden en raakte steeds verder van de natuur verwijderd.

Technische ontwikkelingen hebben dit proces versneld en op grotere schaal mogelijk gemaakt in naam van de vooruitgang, het comfort, de macht, de vrijheid, de winst, de hebzucht, het genot, enz.

 

 

Vroeger konden we nog zeggen dat de mens door het milieu is belast, maar nu moeten we zeggen dat hij erdoor is aangetast.  Niet alleen de lichamelijke maar ook de geestelijke gezondheid van de mens wordt aangetast door de gevolgen van zijn levenswijze.  Ondertussen wil de overheid wel meewerken aan oplossingen zolang het productieproces en de werkgelegenheid niet in vraag gesteld worden.  Milieubescherming begint bij onszelf, bij ons denken, bij onze levenswijze en bij wat we eten.

 

 

‘Het milieuprobleem is veel ernstiger dan men vermoedt.  De mens in zijn totaliteit wordt bedreigd omdat de levensvoorwaarden zijn aangetast. (…) Zolang het milieu niet ernstig wordt aangepakt, zal het gezondheidsprobleem niet opgelost raken, integendeel, het wordt steeds erger.  Eerst is er door de ontwikkeling van het sociaal economisch systeem gigantische winsten gemaakt en nu is er geen geld om de gevolgen ervan op te vangen.’ (Dries, p.17-18).  De levensvoorwaarden zijn: voeding, water, lucht, rust, kosmische stralingen maar ook geborgenheid, culturele uitingen, creativiteit, menselijk contact.  Het psychische en spirituele levensaspect wordt immers verstoord door een verziekt biologisch milieu.

 

De milieuvervuiling vindt zijn oorzaak in het antropocentrisch denken, waarvan de basis werd gelegd door Socrates, Plato en Aristoteles.  De mens meent de natuur naar zijn hand te mogen en kunnen zetten, meent dat hij centraal staat in de wereld.   Deze pretentieuze, arrogante houding en het materialistische uitgangspunt leiden tot zijn ondergang, omdat de mens hiermee zijn bestaansgrond, het milieu aantast, vervuilt.  Wat de mens doet tegen de natuur, doet hij tegen zichzelf.  Laten we niet vergeten dat ‘de natuur de mens niet nodig heeft, maar de mens wel de natuur.’ (Dries, p.43)

 

 

Ik zet even de kenmerken van het natuurfilosofisch tegenover het antropocentrisch denken.  Onze vervuilende levenswijze, het milieuprobleem en voor een groot deel ook de beschavingsziekten zijn immers het gevolg van een verkeerde denkwijze.

 

NATUURFILOSOFIE

 

ANTROPOCENTRISME

 

 

 

Bescheiden plaats in het geheel

Plaats van de mens

middelpunt van de wereld

onderdeel van de natuur

 

staat boven de natuur

 

 

 

energetisch

uitgangspunt

materialistisch

(mens is een trillingsverschijnsel)

 

 

 

 

 

holistisch

denken

fragmentair

relationeel

 

rationeel

ecologisch

 

logisch

monistisch

 

dualistisch

 

 

 

eenheid

geest/lichaam

gescheiden

 

 

 

kosmisch gevoel

gevoel

menselijk gevoel

 

 

 

natuurwetten

wetten

menselijke wetten

 

 

 

Feuerbach, Fernel, Rousseau

filosofen

Socrates, Plato, Aristoteles

Fransiscus van Assisi

 

Descartes, Marx

 

 

godsdiensten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De stap naar de vlakte en de ontwikkeling van de landbouw waren de eerste ecologische fouten van de mens.   De volgende ecologische fouten en gevolgen zijn de woestijnvorming, het Eurocentrisch denken, de ontwikkeling van de energie, de industrialisatie, de chemie, het nucleair spook, de genetische manipulatie, de ruimtevaart.  Deze ecologische fouten zijn dus denkfouten, voortgekomen uit het antropocentrisme.

 

‘De geschiedenis is slechts een herhaling van altijd hetzelfde scenario.  De mens die zich centraal plaatst, zich boven alles verheft en zich de plaatsvervanger of de gelijkenis van God noemt.  De natuurwetten werden door menselijke wetten vervangen en wie die niet eerbiedigde werd gevangen genomen, gemarteld, of gedood.  Of men nu een geschiedenisboek openslaat of naar de televisie kijkt, het maakt niet zoveel verschil uit.  Alleen het decor en de kostumering zijn veranderd, maar het verhaal kent nog altijd hetzelfde scenario’ (Dries, p.65)

 

 

De vervuiling kent maar één oorzaak, nl. de mens, maar veel symptomen: het broeikaseffect, het gat in de ozonlaag in de atmosfeer, de elektromagnetische pollutie, het teveel aan ozon in de lucht, de zure regen; lucht-, water- en bodemverontreiniging; de onherbergzame, troosteloze, drukke steden; het lawaaierige, stinkende en aanhoudende verkeer, enz…

 

In tegenstelling tot milieurampen heeft de vervuiling eerder een trage invloed op de gezondheid.  ‘Het is niet makkelijk om de invloed van het verstoorde milieu concreet naar een ziekte te vertalen.  Daarom leggen we milieurapporten en aanbevelingen makkelijk naast ons neer, zeker als financiële belangen op het spel staan.’ (Dries, p.132)

Constitutie, weerstand, voedings- en levenswijze, erfelijkheid spelen een rol in de verklaring waarom sommige mensen er langer tegen kunnen dan andere.  Ondanks de sterk ontwikkelde gezondheidszorg, is het met de gezondheid van de mensen nog nooit zo slecht gesteld als nu.  Men kan immers niet gezond blijven in een ziek milieu, ook al zijn alle oorzaken van ziekte niet in het milieu te vinden.  De mens is onderworpen aan de natuurwetten, of hij dat wil of niet.

‘De mens wordt ziek omdat hij gestresseerd is of emotioneel in de knoei zit.  Maar hoe komt het dat de mens in enkele decennia zo ver kan raken? Het antwoord is eenvoudig: het milieu is verpest. (…) Het verpeste milieu maakt ons ziek maar dat gebeurt erg geraffineerd.  De bevolking wordt er traag maar zeker door aangetast en weinigen zullen eraan ontsnappen.’ (Dries, p.163-164)

 

 

Een andere bedenking is de straffeloosheid van ontwikkelaars en producenten van de talrijke toxische stoffen in alle materialen die we gebruiken in ons huishouden, lichaamsverzorging, voeding, drank, woningbouw, werk, enz.  Als de schadelijkheid voor het milieu en de gezondheid aan het licht komt, gaan zij vrijuit.  Het is net zoals met mensonwaardige politieke systemen gebeurd is (vb. communisme, apartheid): de bedenkers en uitvoerders zijn nooit veroordeeld,  hoewel ze vele miljoenen mensen psychisch leed hebben bezorgd.  En degenen die ertegen in opstand kwamen, werden opgesloten of geliquideerd.

Degenen die al in de jaren ’60 in opstand kwamen tegen de ongebreidelde wildgroei van de industrie en economie en de vervuiling van het milieu, werden gehoond, weggelachen, gesaboteerd, ondergewaardeerd, enz.  Pioniers zouden op handen moeten gedragen worden ipv verguisd. 

 

We mogen dankbaar zijn voor de:

·        pioniers van de biologische landbouw: organisaties of firma’s zoals VELT en Lima, Demeter, Ecogarantie, enz.

·        organisaties die zich inzetten voor het milieu zoals Greenpeace, World Wildlife Fund

·        organisaties voor een rechtvaardige landbouw zoals Oxfam

·        ontwikkelaars en producenten van ecologische verantwoorde huishoudproducten en lichaamsverzorgingsproducten zoals Ecover, Weleda, Biover,…

·        promotors van ecologisch verantwoorde woningbouw zoals VIBE, Biohome

·        pioniers van de bouwbiologie en geopathie zoals Archibo-Biologica

·        organisaties voor natuurlijke gezondheidseducatie zoals Groene Dag

·        mensen die aan de wieg liggen van de natuurgeneeskunde in deze streken zoals prof. Paul Bouts (1900-1999), Mellie Uyldert (1908-2009), Jan Dries, Fik Seymus, dr. Alfred Vogel (1902-1996), Walter Kunnen (bouwbiologie en geopathie) (°1920).  Pioniers in Amerika zijn bvb. Dr. Norman W. Walker (1886-1985), Amerikaans gezondheidspionier en schrijver van talrijke boeken, Jack LaLanne (°1914), fitnessgoeroe, voedingsdeskundige; dr. Hazel Parcells (1889-1996)

 

 

Technische oplossingen hebben een tijdelijk karakter maar zijn noodzakelijk op voorwaarde dat ze in een totale aanpak worden ingeschakeld. 

Vermelde voorstellen zijn:

Ø  nulgroei van de economie i.p.v. expansiedrift en het vooruitgangsssyndroom

Ø  duurzame energie; een minder belastende brandstof

Ø  maatregelen tegen de overbevolking

Ø  biologische landbouw; vermindering van de veestapel

Ø  decentralisatie van diensten

Ø  gemengde woongebieden

Ø  halvering van het autoverkeer; meer gebruik van het spoor en de binnenvaart voor transport; meer gebruik van het openbaar vervoer, hoewel dit ook vervuilend is

Ø  individuele waterfilters naast de collectieve

Ø  een gezonde, natuurlijke  voeding met zo veel mogelijk voedingsmiddelen en zo weinig mogelijk voedingsproducten, met deels voeding van biologische kwaliteit, enz. komt het milieu, de volksgezondheid en ook het wereldvoedselprobleem ten goede

Ø  een natuurlijke levenswijze die mensen bevrijdt van hun verslaving aan kunstmatige behoeften

Ø  de reeds ingevoerde sortering van afval en recyclage van herbruikbare goederen

Ø  kiezen van milieuvriendelijke huishoud-, was-, en andere producten en toestellen

 

 

We dienen te komen tot een ethisch en ecologisch verantwoorde behoefte-economie, met voorlichting en heropvoeding van de mensen zodat ze minder beïnvloedbaar zijn door de listige reclame, en met een herziening van het koopgedrag.

‘De verbruiker heeft alle macht in handen, maar schijnt zich hiervan niet bewust te zijn.’ (p.199)

We worden via de reclame en onze medemensen overtuigd dat we een auto, afwasmachine, GSM nodig hebben, een PC, een printer, scanner, boxen, webcam; een TV, video, DVD-speler en –recorder; een CD-speler, een iPod, een autoradio, videogames enz.  En al dat comfort en die luxe kosten zoveel geld, dat beide ouders ervoor moeten werken en mensen gaan betogen in Brussel voor een hoger loon.

 

‘Het sociaal-economisch systeem moet dringend worden herzien.  Het is niet gezond dat het sociale welzijn gekoppeld wordt aan het economisch gebeuren.  Het economisch gebeuren is er om de behoeften van een gemeenschap te dekken en niet om kunstmatige behoeften te creëren, waardoor een irreële welvaart tot stand komt.  Het zijn waanideeën waar we vanaf moeten.’ (p.71)

 

‘Alles begint bij ons denken.  Zolang we de mens centraal blijven stellen en hem als middelpunt van de wereld blijven beschouwen, zal ons handelen daarop gericht zijn.  De mens moet, en dat geldt ook voor de wetenschappers, het rationeel denken voor een relationeel denken (ecologisch denken) ruilen.  De mens dient de plaats in te nemen die hem toebehoort en dat is niet het middelpunt van de wereld, maar een bescheiden plaats in het geheel.  Door deze plaats in te nemen, aanwaarden wij het kosmisch gevoel.  Dit gevoel houdt een afhankelijkheid in, de gebondenheid met de natuur, het milieu maar ook de onderworpenheid aan de natuurwetten.  De mens is geen zelfbepalend wezen, hij heeft zijn intelligentie en zijn vrije wil niet gekregen om een chaotisch bestaan te leiden. Beide mogelijkheden zijn er om noodsituaties op te lossen, om zich tijdelijk te redden.  De menselijke prestaties, hoe prachtig ze ook zijn, hebben een relatieve en geen absolute waarde.  De mens kan zijn creativiteit rustig beoefenen maar er zijn ook grenzen die hij moet respecteren.  Het natuurfilosofisch denken, of hoe men het ook mag noemen, zal in de nabije toekomst een veel grotere betekenis krijgen.  Het geeft geen zin dat filosofen steeds nieuwe filosofieën uitwerken.(…)’ (p.204)

 

Er gebeuren uiteraard ook heel wat positieve verwezenlijkingen, en steeds meer.  Niettemin kunnen we ons m.i. terecht de vraag stellen voor de toekomst of het milieu en de gezondheid dermate achteruit zullen gaan dat de mensheid gedoemd is ten onder te gaan of dat er een keerpunt komt.  De toekomst zal het wellicht uitwijzen.  In elk geval is er nog veel werk aan de winkel…

 

 

In de economie zien we een evolutie in de samenleving van primaire sector via secundaire naar tertiaire en quartaire sector.  Van een overwegend agrarische samenleving is er een verschuiving gebeurd via overwegend industriële naar een commerciële en niet-commerciële dienstverlenende samenleving.

1.      Primaire sector: bedrijven halen hun producten rechtstreeks uit de natuur vb. landbouw, bosbouw, mijnbouw, visserij

2.      Secundaire sector: verwerkt de producten van de primaire sector: industrie, bouwnijverheid, metaal-, chemische, elektrotechnische, voedings- engenotsmiddelenindustrie

3.      Tertiaire sector: commerciële dienstverlenende bedrijven: handel, transport, communicatie, banken, verzekeringsmaatschappijen, horeca

4.      Quartaire sector: niet-commerciële dienstverlenende bedrijven: gezondheidszorg, politie, justitie, welzijnswerk, onderwijs, overheidsdiensten.

 

Hier enkele cijfers uit de landbouw:

In de agrarische sector werkzaam bevolkingspercentage in de Verenigde Staten.

 

1850

63.7

1870

53.0

1900

37.5

1920

27.0

1930

21.2

1940

17.4

1950

11.6

1960

6.1

1970

3.6

1980

2.7

1990

2.4

(Dispenza, p.40)

 

De meeste mensen werken nu in de tertiaire en quartaire sector.  Parallel met de evolutie in de productiesectoren verloopt de achteruitgang van de gezondheid, vermits we steeds verder van de natuur (primaire sector) verwijderd raken.  Mede door de hogere levensverwachting en de verouderende bevolking, is het wellicht te verwachten dat in de toekomst de quartaire sector vooral onder invloed van de toenemende gezondheidszorg de belangrijkste sector wordt.

 

We kunnen misschien niet meer terug naar de natuur, maar we kunnen wel natuurgericht, ecologisch, ethisch verantwoord en zo weinig mogelijk vervuilend leven.  Dit kan door een andere keuze van voeding en drank, het opzoeken van de natuur i.p.v. pretparken, winkelstraten en shoppingcentra; door eenvoud en soberheid, door het gebruik van fiets of openbaar vervoer i.p.v. de auto, door positief denken, meer lichaamsbeweging, het gebruik van biologische bouwmaterialen, ecologische huishoud- en wasproducten e.v.a.

 

 

Ik citeer ook nog even de mening van Dirk Bogaert, hoofdredacteur van “LEEFNU” magazine:

‘De Vlaamse Milieumaatschappij gaf enkele weken geleden nog toe dat Vlaanderen nooit de  minimumeisen van de Kyotonormen zal halen.  De lucht die we inademen wordt ongezonder.  Het gevolg is dat hart- en longziekten drastisch toenemen ondanks de vooruitgang van de geneeskunde.  Het water dat we drinken raakt meer en meer besmet met restanten uit de farmaceutische wereld.  In het drinkwater vindt men kleine hoeveelheden vrouwelijke hormonen, xeno-oestrogenen en antibiotica. 

Het eten dat we op ons bord krijgen bevat minder voedingswaarde omdat de landbouwgronden uitgeput raken door chemische overbemesting en te intensieve productiemethoden.  De huizen waarin we wonen, zitten vol met ongezonde en ziekmakende bouwmaterialen en elektromagnetische stralingen. 

Het dagelijks stressniveau neemt bij de meeste mensen toe.  Dit is niet enkel het gevolg van een stijgende werkdruk.  De mindere kwaliteit van de lucht, het drinkwater, het eten en de ongezonde woningen spelen hierin ieder jaar een onzichtbare, maar spijtig genoeg, grotere rol.  Wetenschappers beschikken al jaren over oplossingen om alle opgesomde problemen letterlijk ‘uit de wereld te helpen’.  Machtige lobbygroepen uit de petroleum- en chemiesector, de auto-industrie, de elektriciteitsproducenten, de farmaceutische multinationals en de bouwwereld houden iedere vooruitgang tegen.  Wat vandaag geld opbrengt moet dat blijven doen, zelfs ten koste van de levenskwaliteit van volgende generaties.’ (Bogaert, p.3)

 

Ik laat ook nog even Bob Vansant aan het woord:

‘De conclusie is voor mij duidelijk.  Onze samenleving is ook een ‘systeem’ dat op diverse terreinen ziekmakend werkt.  De depressieven die hierop reageren door af te haken, hebben een belangrijke boodschap voor het systeem.  Onze ‘systeembeheerders’, zoals politici, machthebbers, overheden en directies, zullen deze signalen moeten vertalen wil het systeem zelf overeind blijven.  Men zal met de depressieven moeten praten, naar hen moeten luisteren en hen niet vol pillen moeten stoppen.  Depressieven hebben ons iets te leren.’

 

 

Geraadpleegde literatuur:

Bogaert, D., Halen wij de Kyotonormen? In: LEEFNU, jg. I, nr.1, p.3

Dispenza, J., Optimaal gezond en vitaal, Zuidnederlandse uitgeverij, Aartselaar, 2002

Dries, J., Milieu anders bekeken, Nieuw Leven, Genk, 1991  (ISBN 905450010)

Van Laer, P., Cursus binnenlandse handelsdocumenten, CVO Hoboken, 2001

Vansant, B., Depressie is geen ziekte, Manteau, Antwerpen, 2001

 

 

© Luc Van Oost - gezondheidstherapeut

Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd en mag op geen enkele wijze worden vermenigvuldigd of doorgegeven worden aan anderen zonder toestemming van de auteur.

Dit artikel werd met de meeste zorg samengesteld.  Niettemin is het nooit geheel uitgesloten dat informatie door tijdsverloop, recent wetenschappelijk onderzoek of andere oorzaken onjuist, onvolledig of achterhaald is.  De auteur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor enige directe of indirecte gevolgen voortvloeiend uit de gegevens.  Dit artikel is niet bedoeld als vervanging voor een medische diagnose en medische zorg door een arts.  De lezer wordt uitdrukkelijk geadviseerd zijn arts te raadplegen bij enigerlei klachten of symptomen.

Suggesties, commentaar en reacties zijn steeds welkom op het vermelde e-mailadres.