Overgewicht

 

Mogelijke symptomen

Mogelijke oorzaken of beïnvloedende factoren

Mogelijke verwikkelingen

 

 

 

Mogelijke symptomen:

 

·        Te veel vet

·        Te veel vocht

·        Te veel darmgassen

 

 

Mogelijke oorzaken of beïnvloedende factoren:

 

1.      Ontregeld honger- en verzadigingscentrum

bvb. door stress of door een teveel aan afval- of gifstoffen in de voeding; om deze op te slaan en zo te neutraliseren maakt het lichaam extra vet aan, waarvoor het hongercentrum meer geprikkeld moet worden.  Als men te snel eet en onvoldoende kauwt, dan worden er minder suikers vrijgemaakt uit de eerste verteringsfase en gaat het verzadigingscentrum pas later een impuls krijgen, nl. als de maag vol is en de spanning op de maagwand een impuls geeft aan dit hersencentrum.  Dit gebeurt vooral bij granen en brood.  Het zetmeel van brood wordt makkelijk in vet omgezet.

Kan ook veroorzaakt worden door een gebrek aan ballaststoffen in de voeding, lage kwaliteit van voedingsproducten, hoofdzakelijk gekookt voedsel eten enz.  Een andere factor is een uitgezette maag.

 

2.      Eten als doel i.p.v. als middel

Gebruik van extra smaakmiddelen, suiker, kleurstoffen, zout, enz.  Eten is in de industriële samenleving en de gastronomie een stimulans tot genot geworden waardoor het honger- en verzadigingsgevoel misleid wordt.

 

3.      Lage kwaliteit van voedingsmiddelen

Door de lage kwaliteit van voedingsproducten, geraffineerde voedingsmiddelen met een gebrek aan vitale stoffen, gaat de mens instinctief meer eten om  toch voldoende vitaminen en mineralen, binnen te krijgen.  Ondanks het eten van een grote hoeveelheid voedsel lijden veel mensen toch aan een kwalitatieve ondervoeding…

 

4.      Erfelijke belasting

Als één ouder zwaarlijvig is, hebben de kinderen 50% kans het ook te worden; zijn beide ouders zwaarlijvig, dan is de kans ong. 80%.  Ouders kunnen echter ook het verkeerde voorbeeld geven van eetgedrag; in dit geval spreekt men van familiale vetzucht.  Het is moeilijker om af te vallen als er sprake is van erfelijkheid, men moet meer opletten, maar het kan zeker wel.

 

5.      Jojo-effect

Door het volgen van meerdere diëten, gaat de verbranding trager werken, waardoor men bij het hervatten van het voedingspatroon dat men gewoon was, gaat bijkomen.  De verklaring hiervoor ligt, bij onevenwichtige diëten, in een verlies aan spierweefsel, een verstoring van de stofwisseling en de natrium-kaliumverhouding of de osmotische druk, en het vasthouden van vocht.

 

6.      Een verstoord zuur-basenevenwicht

Basenvormende voedingsmiddelen zijn rijk aan water: fruit, groente, melk, aardappelen, yoghurt,…  Zuurvormende voedingsmiddelen zijn arm aan water en rijk aan calorieën: olie, boter, noten, vlees, vis, kaas, eieren, soja, granen, brood,…  Het gaat hier om de verhouding tussen bepaalde mineralen in de voedingsmiddelen.  De westerse voeding is hfdz. zuurvormend en dit belast de buffersystemen in het lichaam die de zuurtegraad van het bloed binnen bepaalde grenzen moeten houden.   Een zuurvormende voeding brengt meer gifstoffen met zich mee.  Zie de uitgebreide tekst.

 

7.      Een te calorierijke voeding

Calorieën worden geleverd door koolhydraten, vetten en eiwitten.  In het Westerse voedingspatroon bestaat de voeding uit 60 à 80% voedingsmiddelen met een zuuroverschot: granen, vlees, vis, charcuterie, eieren, olies en vetten, suiker en zijn talrijke variaties (zie patisseriewinkel), snoep, kaas, enz. Eén van de kenmerken van voedingsmiddelen met een zuuroverschot is dat ze geconcentreerd en calorierijk zijn.  In een gezond voedingspatroon bestaat de voeding uit 80% voedingsmiddelen met een basenoverschot. 

Men heeft zich echter te lang op blind gestaard op calorieën.  Het blijkt nu dat er veel andere factoren een rol spelen, zoals de kwaliteit van de stofwisseling en de vertering, bewerking en bereiding van het voedsel, het soort voedsel, voedselcombinaties, het zuur-basenevenwicht, enz.

 

8.      Brede heupen

Mensen met brede heupen zullen makkelijker zwaarlijvig worden dan mensen met smalle heupen; ze hebben een groter hongergevoel, een tragere stofwisseling en kunnen moeizamer gifstoffen uitscheiden.  Door het bredere spijsverteringsstelsel duurt het langer voor hun verzadigingscentrum in werking treedt.  Verder is er ook meer “vlees in de kuip”.

 

9.      Onvoldoende uitscheiding van afval- of gifstoffen:

Sommige mensen maken extra vet of vocht aan om de afvalstoffen uit de voeding, de vertering, de stofwisseling of het milieu op te slaan en zo onschadelijk te maken.  Een teveel aan gifstoffen kan ontstaan door meer te eten dan het lichaam nodig heeft, door constipatie, door verkeerde voedselcombinaties en de gistings- en rottingsprocessen als gevolg daarvan, gebrek aan ballaststoffen, door langdurig gebruik van medicamenten, door leidingwater te gebruiken, door voor het lichaam ongeschikt voedsel te gebruiken, door blootstelling aan gifstoffen in het milieu (verfdampen, uitlaatgassen, plasticdampen, enz.), door een verstoord zuur-basen evenwicht in de voeding, door additieven in de voeding, fructose-intolerantie e.v.a.

 

10.  Psychische spanningen, stress, emotionele aandoeningen

stimuleren de neiging tot zwaarlijvigheid, tot het zoeken van troost voor een gebrek aan waardering en voor een negatief zelfbeeld vooral in suikerrijke voeding, tot eten om de verveling te verdrijven, enz.  Stress kan leiden tot functiestoornissen van het zenuwstelsel, het hormonaal stelsel, de spijsvertering, de waterhuishouding waardoor het vetweefsel meer vocht vasthoudt, enz.  Stress leidt brengt ook heel wat gifstoffen met zich mee.  Psychische problemen zoals minderwaardigheidsgevoelens, angst, teleurstellingen, zich onbegrepen voelen, negatieve gedachten, introvert karakter, onverwerkte gevoelens, obsessies, enz. belasten het zenuwstelsel, wat op langere termijn tot functiestoornissen kan leiden.  Bij bepaalde mensen is zwaarlijvigheid de weerspiegeling van hun innerlijk leven.  Stress, psychische spanningen, het gevoelsleven en voeding maken gebruik van dezelfde hersengebieden (o.a. spijsvertering en stofwisseling) en beïnvloeden elkaar.

 

Stress maakt dik

Er bestaat een verband tussen stress en overgewicht.  Tot deze conclusie kwam Jean-Michel Lecerf van het Pasteurinstituut in Rijsel op het 12e Voedings- en Gezondheidscongres.  Zo wordt na een traumatische ervaring vaak gewichtstoename vastgesteld.  Zes op de tien ouders van een kind dat stierf aan de gevolgen van kanker werden zwaarder in de 3 maanden die volgden op het tragische voorval.

Als stress echt dik maakt, dan is dat slecht nieuws voor wie wil vermageren.  Want wie een dieet volgt, is gevoeliger voor stressinvloeden en zal makkelijker gaan eten onder druk. Mensen die een dieet volgen hebben ook meer last van stress op het werk dan wie dat niet doet.  Een magere persoon met stress op het werk in een ondergeschikte positie zal juist afvallen.  Een dikkere persoon zal toenemen in gewicht.  Ook stress inde bioscoop heeft een invloed op ons eetgedrag.  Bij een griezelfilm of een tragische film grijpen we sneller naar de popcorn dan bij een gewone film.

(bron: LM, jan-febr. 2010, p.11) 

 

11.  Bepaalde medicamenten

zoals antihistaminica, de pil, migrainemiddelen, antidepressiva, corticosteroïden kunnen een toename van de eetlust of het vasthouden van vocht bewerkstelligen.  Andere kunnen leiden tot een slechte stoelgang zoals maagzuurremmers, anti-epileptica, kalmerende middelen, middelen tegen ziekte van Parkinson.

 

12.  Onwetendheid en onverschilligheid

Ondanks de stortvloed van gezondheidstijdschriften en –programma’s op TV, zijn er veel mensen die weinig weten over de nadelige invloed van suiker, koffie, alcohol, wit brood, charcuterie, additieven, enz.  Sommige mensen weten het wel, maar trekken het zich niet aan onder het idee van “wat moeten we nog eten op den duur?”, “er is niks goed”, “we moeten toch ergens van doodgaan?”, “ik heb er geen last van”, enz.

 

13.  Hormonale stoornissen

zoals een traag werkende schildklier, die een tragere verbranding geeft van vetten, eiwitten en koolhydraten, tragere stoelgang, vermoeidheid, luiheid, vasthouden van vocht, overgewicht, enz. 

In verband met de schildklier is het zo dat zwaarlijvige mensen met dit probleem beter heel matig zijn met groente van de Brassica-familie, nl. witte, rode, groene kool, savooikool, bloemkool, spruitjes, broccoli, radijs, Chinese kool, koolrabi, tuinkers, mosterd, mierikswortel, waterkers, tuinkers,…  Deze bevatten glucosinolaten.  Bij de afbraak hiervan tijdens de vertering komen mosterdoliën vrij zoals isothiocyanaten en vinylthio-oxazolidine.  Deze laatste remt de schildklierwerking: het gaat de opbouw van jodium in thyroxine tegen en zorgt voor vergroting van de schildklier (kropvorming).

In de schildklier kunnen zich ook zware metalen bvb. uit amalgaamtandvullingen stapelen waardoor er een disfunctie kan ontstaan.

Er kan ook sprake zijn van een stoornis van de hypofyse waardoor er teveel insuline geproduceerd wordt  en teveel suikerrijke voeding gegeten wordt.  Ook een voortijdig climacterium bij de vrouw is mogelijk waarbij de eierstokken stoppen met het aanmaken van oestrogeen wat leidt tot vetzucht.

Fenegriek bevat een stof die de vethuishouding beïnvloedt en vrouwen molliger kan maken.

Bij mannen vanaf veertig jaar kan er een vermindering optreden van de testosteronproductie.  Dit kan leiden tot een daling van de energie, libido, gezichtsvermogen, gehoor, spierkracht, botdensiteit, vitaliteit en een toename van de vetmassa.  Dit wordt soms behandeld met een synthetisch hormoonsubstituut, maar dit kan ongewenste neveneffecten veroorzaken zoals prostaathypertrofie, slaapapneu, hart- en vaatproblemen.  Fytotherapie kan hier een uitkomst bieden.

 

14.  Verborgen allergie of intolerantie voor bepaalde voedingsmiddelen of additieven

kan overgewicht of een sterk schommelend gewicht tot gevolg hebben.  Meestal gaat het om een reactie op bepaalde eiwitmoleculen of additieven die vanuit de darmwand in het bloed terecht komen: “De darmwand kan te poreus worden als gevolg van allergische reacties die op de darmwand zelf inwerken waardoor deze een deel van de beschermende werking verliest. Daardoor kunnen voedselmacromoleculen in de bloedbaan komen. Deze onvolledig verteerde proteïnes en endogene toxines in het bloed worden als 'vreemd' beschouwd waardoor de witte bloedlichaampjes hun chemische inhoud vrijgeven. Beschadiging en ontsteking van het omliggende weefsel is het gevolg van overstimulering van dit systeem, meestal heeft dit ook tot gevolg dat het lichaam teveel vocht vasthoudt. Een tekort aan het enzym IgA (een beschermend bestanddeel in onze ingewanden) kan hetzelfde effect veroorzaken. (…) De veranderingen in de cellen zijn nauwelijks waarneembaar en het is vrijwel onmogelijk te herkennen dat er een relatie is met het voedsel dat u regelmatig nuttigt terwijl juist daardoor uw probleem almaar verergert.” (bron: http://www.alcat.nl/overgewicht.htm)  Het vreemde is dat men aan deze voedingsmiddelen waarvoor men een allergie of intolerantie heeft, soms licht maar soms ook erg verslaafd is en er meer van eet dan nodig.

 

15.  Bloedsuikerschommelingen

Bij een te lage bloedsuikerspiegel of hypoglycemie kunnen sommige mensen in de verleiding komen om te grijpen naar ongezond suikerrijk voedsel.  Zo kan het overslaan van het ontbijt nadelig zijn voor de bloedvettenconcentratie in het bloed en voor de gevoeligheid voor insuline.  De kans is groot dat deze mensen later op de dag meer uitgebreid zullen eten en meer zoete tussendoortjes gebruiken.  Deze factoren kunnen bijdragen tot gewichtstoename.

 

16.  Een voeding die niet geschikt is voor het spijsverteringsstelsel van de mens

De mens is nl. van nature een planteneter, in het bijzonder een fructivoor.  Door het verlaten van zijn oorspronkelijke biotoop is hij genoodzaakt geweest andere voeding te gaan gebruiken en te kweken om te overleven: granen, vlees, vis, melkproducten, enz.  Door de ontwikkeling van de landbouw, de cultuur, het hebben van een vaste woonplaats, en later de industrie, heeft de mens een voedingspatroon ontwikkeld dat soms ver afwijkt van wat de natuur voor hem voorzien heeft; zijn noodvoeding om te overleven werd zijn hoofdvoeding.

 

17.  Vasthouden van vocht

kan het gevolg zijn van een verstoorde natrium-kalium verhouding in de voeding door een te hoge inname van al of niet verborgen zout in de voeding en/of een onvoldoende uitscheiding van zout door de nieren.  Verder kan het vocht vasthouden een beschermingsreactie zijn om gifstoffen in oplossing te houden.  Ook zetmeel houdt vocht vast (brood, bakkerswaren, granen).  Het waterhuishoudingscentrum in de hersenen kan ontregeld zijn bvb. door stress of er kan een probleem zijn ter hoogte van het lymfestelsel, het hart of de nieren.  Mensen die weinig eten en toch zwaarlijvig zijn, houden waarschijnlijk eerder vocht vast, hoewel dit niet altijd zo is.  Andere symptomen bij deze mensen zijn veel dorst, veel drinken, zweten en plassen.

 

18.  Te veel vet in de voeding

kan echter ook het gevolg zijn van een teveel aan suikers of eiwitten dat in vet wordt omgezet.  Laten we ook niet de verborgen vetten vergeten in allerhande snoep en bakkerswaren, in fastfood, volle melkproducten, enz.  Een ander element dat een rol kan spelen is een tekort aan gammalinoleenzuur (GLZ), het vertrekpunt voor hormoonachtige verbindingen als prostaglandinen, die heel wat functies in organen stimuleren en controleren.   Uit teunisbloemolie gesynthetiseerde prostaglandinen activeren een sluimerend type lichaamsvet om sneller calorieën te verbranden én bevorderen de uitscheiding van natrium uit lichaamscellen, wat leidt tot een verminderen van vastgehouden vocht.  Een supplement met teunisbloemolie, zoals Barlean’s Essential Woman Oil, kan zelfs zonder een dieet te volgen, heel wat kilo’s doen kwijtspelen.

 

19.  Bepaalde persoonlijkheidseigenschappen of psychische problemen

kunnen zich reflecteren in overgewicht, zoals moeilijk iets kunnen loslaten, minderwaardigheidsgevoelens, meerderwaardigheidsgevoelens of een opgeblazen ego, een belangrijke (gewichtige) positie innemen bvb. in een bedrijf, angstgevoelens, hoge kwetsbaarheid, eenzaamheid, luiheid, onverschilligheid, apathie, onwetendheid, gebrek aan langetermijndenken, enz.

 

20.  Te veel darmgassen

kunnen veroorzaakt worden door te snel eten, een verstoorde darmflora, verkeerde voedselcombinaties, voedselintoleranties, te veel eten, moeilijk verteerbare voedingsmiddelen zoals bonen, kolen, ajuinen, enz.  In feite ontstaan gassen door onvoldoende darmflora, die niet in staat is de eiwit- en suikerresten af te breken.  Gassen wegen niets maar kunnen wel het figuur vervormen.  Bovendien komen er door de gistings- en rottingsprocessen toxische stoffen in het bloed terecht, waarop het lichaam kan reageren door extra vet of vocht aan te maken om ze te neutraliseren.

 

21.  Constipatie

Mensen kunnen meerdere kilo’s stoelgang met zich meedragen als ze leiden aan constipatie.  De normale regel is “bij elke maaltijd hoort een stoelgang”.  Ik verwijs naar de tekst over constipatie elders op de site.  Bovendien kan men ook heel wat nooit uitscheiden stoelgang met zich meedragen die aan de wand van de darm is blijven kleven als een laag rubber en daar de opname van nuttige stoffen belemmert.  Een goede remedie hiervoor, onder doktersbegeleiding, zijn hoge darmspoelingen.  Door onvoldoende functioneren van de darm bvb. door gebrek aan ballaststoffen, door minderwaardig voedsel, door vooral gekookt voedsel te eten e.d. wordt constipatie in de hand gewerkt.  Omdat de darmen onvoldoende werken en een slechte vertering veroorzaken, kan men zwaarlijvig worden; het overgewicht veroorzaakt dan weer een vertraging van de darmwerking.

 

22.  Gebrek aan lichaamsbeweging

voor een uitvoerige beschrijving van de effecten hiervan verwijs ik naar de tekst over lichaamsbeweging elders op de site.  Beweging zorgt voor een betere bloedcirculatie, meer uitademing, transpiratie, een betere stoelgang en op deze manieren raakt men meer gifstoffen kwijt.

 

23.  Verkeerde voeding

we denken hier natuurlijk aan geraffineerde producten zoals industriesuiker, wit meel (tarwebloem), zout en de talloze producten waar dit aan toegevoegd werd zoals snoep, wit brood, deegwaren, gebak, taart, koeken, chocolade, ijscrème, confituur, chocopasta, conserven, fast-food, enz. én aan bier, wijn, koffie, frisdranken, zwarte thee.  Al deze “lekkere” producten zijn vitaminen- en mineralenrovers, belasten de spijsverterings- en uitscheidingsorganen en zorgen voor extra gifstoffen die zorgen voor extra vet of vocht en darmgassen.

 

24.  Verkeerde drank

Heel wat klassieke dorstlessers hebben een nadelige invloed op de gezondheid: bier, wijn, frisdrank, chocomelk, gewone thee, koffie, enz.  Cafeïne wekt bij breedgebouwde mensen de eetlust op, heeft een negatieve invloed op de insuline-productie zodat de behoefte aan suiker toeneemt.  Bovendien bevat koffie veel gifstoffen zoals purinen, reststoffen uit de chemische landbouw, smaak- en bewaarstoffen.  Het feit dat men koffie nodig heeft om op gang te komen en te blijven, wijst op een slechte ontgifting.  Voor een uitgebreide bespreking verwijs ik naar de tekst “Wat zullen we drinken?”  Ook cola, gewone thee en chocolade bevatten cafeïne.

 

25.  Te weinig slaap

Tijdens de slaap worden gifstoffen opgeruimd.  Door onvoldoende slaap raakt men dus minder gifstoffen kwijt.  Om wakker te worden of te blijven overdag, grijpt men naar koffie, dat zelf een bron is van gifstoffen.  Zoals eerder uitgelegd, maken sommige mensen extra vet of vocht aan om gifstoffen in op te slaan.

 

26.  Roken

Kan bijdragen tot dichtslibbing van bloedvaten, hoge bloeddruk, chronische longproblemen e.v.a.  Maar in tabaksrook zitten ook zeer veel giftige stoffen, niet alleen teer, nicotine en koolmonoxide!  In een sigaret zijn ongeveer 4700 bestanddelen te vinden, waarvan er zeker 43 kankerverwekkend zijn.  Tabak is een belangrijke bron van zware metalen.  De reactie op gifstoffen werd reeds eerder uitgelegd.  Anderzijds is het zo dat het stofwisselingstempo afneemt door het stoppen met roken en men hierdoor dus minder energie verbruikt; men heeft dan ook nog de behoefte om iets in de mond te steken, wat extra calorieën kan leveren.  Bovendien treedt er langzaamaan door het stoppen met roken een verbetering op van de smaak en de reuk.  Deze factoren kunnen bijdragen tot een toename van het gewicht.

 

27. Te veel eiwit

Een te groot aanbod aan eiwit is één van de belangrijkste oorzaken van veel beschavingsziektes.  Eiwit is de moeilijkst te verteren voedingsstof en laat veel afvalstoffen achter; eiwitrijke voedingsmiddelen hebben bijna altijd een zuuroverschot en worden bovendien bijna altijd in een verkeerde voedselcombinatie gegeten, wat ook weer extra afvalstoffen met zich meebrengt.  We weten intussen dat onvoldoende uitscheiding van afvalstoffen kan leiden tot overgewicht bij mensen die hiervoor aanleg hebben.  Ik verwijs ook naar de tekst over eiwit en de aminozurenbank.

“Uit de analyse van epidemiologische gegevens in de jaren ’90 blijkt dat kinderen die lijden aan zwaarlijvigheid of overgewicht in het algemeen meer eiwitten hadden geconsumeerd in hun eerste levensjaar dan kinderen zonder overgewicht. (EU Childhood Obesity Programme 2002-2006).  Bij de kinderen die babymelk dronken met een hoger eiwitgehalte lagen de bodymassindex, het gewicht en de lengte op 12 en 24 maanden duidelijk hoger.  Kinderen die babymelk dronken met een lager eiwitgehalte volgden tot 24 maanden een groeischema vergelijkbaar met de baby’s die borstvoeding kregen. (...)  Een eiwitgehalte hoger dan wat het lichaam nodig heeft zou de afscheiding van insuline en IGF-1 verhogen, wat een snellere groei in de eerste twee levensjaren tot gevolg kan hebben en een hoger risico op zwaarlijvigheid kan opleveren o latere leeftijd.”

Uit de studie Fleurbaix-Laventie Ville Santé II blijkt dat twee fases cruciaal zijn in de bijdrage tot de ontwikkeling van de vetmassa tijdens de adolescentie.  “De snelle gewichtstoename op drie maanden en een volgende vanaf drie jaar vertonen de nauwste band met het risico op overgewicht op latere leeftijd.  De snelheid van de gewichtstoename tussen één en twee jaar vertoont daaentegen geen enkel verband met de vetmassa op oudere leeftijd.  Een verlaging van de energie-inname tussen één en twee jaar kan echter schadelijk zijn voor de groei.” ((Rousseau, pp. 5-7)

Ik vermeld uiteraard ook nog dat baby’s niet lang genoeg borstvoeding krijgen.  In de natuurgeneeskunde wordt 1 jaar borstvoeding als standaard genomen; dit heeft o.a. een  belangrijke invloed op de ontwikkeling van het immuunsysteem (vb preventie van allergieën).

 

28. Chronische infecties en ontstekingen

Bij deze processen komen er leukotrienen en prostaglandines vrij die een histamineachtige werking hebben maar ook bijdragen tot een insulineresistentie en leptineresistentie en verhoging van de vrije vetzuren in het bloed.  Hierdoor worden er extra vetcellen gevormd, stijgt de bloedglucosespiegel, insulinespiegel.  Alles samen kan dit bijdragen tot obesitas.  Het niet kunnen of onvoldoende afvallen kan dus te maken hebben met chronische infecties, ontstekingen, en voedselovergevoeligheden.  Deze zaken zouden dus moeten behandeld worden.

 

29. Fructose-intolerantie

Dit wordt verder uitgewerkt in de tekst over suiker. 

 

30. Hoog geboortegewicht

Er bestaat een verband tussen overgewicht, zwangerschapsdiabetes en hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap.  Overgewicht en zwaarlijvigheid bij de moeder bevorderen het risico op de ontwikkeling van zwangerschapsdiabetes.

Het gewicht van het kind is hoger bij moeders die zwaarlijvig zijn.  Ook als het gewicht meer dan 12kg toeneemt bovenop het gewicht van de baby en de nageboorte (dus ong 15kg in totaal), is er een gevolg van die overtollige kilo’s op de vetmassa van het kind.

Ook de eetgewoontes van de moeder hebben een grote invloed op het aantal vetcellen bij het kind.  Volgens sommige experts speelt ook de rol van het evenwicht tussen omega-3 en omega-6 vetzuren in de voeding van moeder en kind een rol.

 

31. Tekort aan chroom, alfaliponzuur, CLA,...

 

Chroom

(bij insulinegerelateerde ontsteking): in biergist, granen, oesters, kip, aardappel, lever, maïs, tarwekiemen, gedroogde dadels, paranoot, zwarte thee, eigeel, Gouda, Edammer.  Chroom is een onderdeel van de molecule GTF (glucose tolerantie factor) samen met vitamine B3 en de aminozuren glycine, glutamine, cysteïne.  Een chromiumarme voeding kan bijdragen tot glucose-intolerantie; chroom is noodzakelijk voor een normale glucosestofwisseling en zou de efficiëntie van insuline verhogen.  Bereide maaltijden, gebrild of diepgevroren voedsel bevat weinig of geen chroom.

Publicaties vermelden een duidelijke verbetgering van het bloedglucosegehalte, de insulinespiegel, de HbA1c-waarde en bepaalde parameters van hyperlipidemie.

 

Alfaliponzuur

 

CLA

Er bestaat ook nog geconjugeerd linolzuur of CLA: dit zijn gebonden linolzuren. Ze komen voor in vlees, melk van herkauwers zoals runderen, schapen en geiten.  Dit zijn in feite natuurlijke transvetzuren, die niet nadelig zijn voor de gezondheid.  De best aangetoonde werking is een invloed op de lichaamssamenstelling (verhouding vet-eiwit) en bescherming tegen kanker.  Ze zouden ook kunnen bijdragen tot een vermindering van arteriosclerose, hoge bloeddruk, ontstekingen, verbetering van immuunfuncties, vermindering van de insuineresistentie maar al deze effecten zijn nog in onderzoek en niet eensluitend bevestigd.  Langdurige suppletie met CLA’s geeft een grotere mobilisatie van vetten thv de vetcellen en vermindert de hoeveelheid vetmassa bij personen met overgewicht, en vermeerdert de magere massa.

Studies op dieren wijzen op een verbetering van de perifere insulineresistentie.

 

31. Spierverlies

 

De meeste mensen merken dat hun gewicht langzaam jaar na jaar hoger wordt, hoewel de eetgewoontes hetzelfde blijven.  Zeer waarschijnlijk is dan het metabolisme trager geworden.  Wanneer u achter in de twintig bent en ouder, verliest u elk jaar rond de 0.25kg spieren, ondanks dat u regelmatig sport.  En wanneer u spieren verliest, verbrandt uw lichaam minder calorieën.  Daardoor gaat het basale metabolisme iedere tien jaar met ongeveer 2% naar beneden.  Om te blijven zoals u bent, zou u uw calorieverbruik met 2% moeten verhogen of 2% minder calorieën moeten eten.  Stel dat u 2500 calorieën nodig had toen u 30 was en vanaf toen hetzelfde bent blijven eten en bewegen, dan betekent dat een verhoging van 50 cal per dag.  Gerekend over 365 dagen betekent dat 18.250 cal oftwel een gewichtstoename van 2,56kg. 

Gelukkig kunt u spierverlies door ouderdom tegengaan door met gewichten te trainen.  Slechts twee keer per week oefenen kan al een heel verschil maken voor uw metabolisme en uw lichaam.

 

32. Gebrek aan beleid van de overheid

Op de Vlaamse gezondheidsconferentie van 2008 werden voor een publiek van 600 professionelen uit de gezondheidssector de doelstellingen van het regionaal actieplan voor 2008-2015 aangekondigd.  Het doel is om gezondheidswinst te boeken, de hoofddoelstelling werd onderverdeeld in 5 concrete en meetbare subdoelstellingen. 

  1. Het aantal mensen dat voldoende lichaamsbeweging neemt met 10% doen stijgen
  2. Het aantal sedentaire personen met 10% doen dalen
  3. De gewoonte van borstvoeding met 10% doen stijgen
  4. Het aantal mensen met een evenwichtig eetpatroon met 10% doen stijgen
  5. En tenslotte het behoud van het aantal personen met een gezond gewicht

Vindt u dit ernstig?  Het lijkt me dat 10% wel heel bedroevend is.   Het aantal mensen dat voldoende lichaamsbeweging neemt zou gerust met 100% mogen toenemen.  Als je ziet hoe weinig mensen een evenwichtig eetpatroon heeft, lijkt het me eerder dat dit met 50% mag toenemen ipv 10%...

Afgezien hiervan, zijn er natuurlijk nog talrijke andere toestanden die te maken hebben met een gebrek aan beleid: geen afname van de enorme subsidies van de suikerindustrie, geen verbod op de productie, distributie en verkoop van legale drugs (tabak, koffie, alcohol,...), nauwelijks stimulering van de biologische landbouw, enz.

 

Uit de nationale gezondheidsenquête van 2008 blijkt dat de gemiddelde BMI van de bevolking ouder dan 18 jaar 25,3 is.  Een derde lijdt aan overgewicht en dit blijft stijgen sinds vele jaren.  Bijna 20% van de jongeren tussen 2 en 17 jaar is te zwaar.  De grootste risicogroep bevindt zicht tussen 5 en 9 jaar.

Dit schooljaar (2010) doen meer dan 200.000 leerlingen mee met de actie ‘fruit op school’ en engageren zich om minstens 1 stuk fruit te eten per dag.  Uiteraard veel te weinig maar het is een start,…  Ik kan alleen maar het idee herhalen dat er een vast vak dient te bestaan ‘gezondheidsopvoeding ‘ van 1 of 2 lessen per week waarin talrijke thema’s aan bod kunnen komen vb. jaarlijkse herhaling van rugschool, gezonde voeding, preventie van drugsgebruik, preventie van pesten, sociale vaardigheden en communicatie, gezonde dranken, ecologisch en gezond bouwmaterialen, kookmateriaal, enz, enz.  Er zijn meer dan genoeg thema’s om 6 jaar L.O. en 6 jaar S.O. te kunnen vullen.

 

 

Mogelijke verwikkelingen:

 

1.      Arteriosclerose of aderverkalking

met een grotere kans op hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, spataders.  Ik verwijs voor meer uitleg naar de tekst over hoge bloeddruk en cholesterol.

 

2.      Ademhalingsproblemen

de opgezette buik drukt tegen het middenrif en de longen kunnen onvoldoende uitzetten, waardoor een oppervlakkige ademhaling ontstaat en men vlugger buiten adem raakt.  Tevens ontstaat er een moeilijkere bloedsomloop van de longen.

 

3.      Suikerziekte

bij een koolhydraatrijke en/of vetrijke voeding is de insuline behoefte groter en wordt de pancreas zwaarder belast.  De insulineproductie kan uitgeput raken.

 

4.      Spijsverteringsproblemen

vooral bij een ongecontroleerd eetgedrag of eetverslaving.  In het bijzonder denken we aan winderigheid of darmgassen, constipatie, belasting van de pancreas, galklachten.

 

5.      Artrose

door het grotere gewicht wordt het kraakbeen van de gewrichten zwaarder belast en gaan de steungewrichten zoals knieën, heupen en de ruggenwervels degenereren.  Dit maakt de bewegingen moeilijker, en zal de noodzaak om aan regelmatige lichaamsbeweging te doen belemmeren.

 

6.      Rugklachten

door de druk van de uitgezette buik op de ruggenwervels, het gewicht van de organen en van het lichaam zelf betekenen een zware belasting voor de rugspieren en de ruggenwervels, soms uitmondend in hernia.  Ook stress en emotionele aandoeningen hebben een invloed op spierspanningen.

 

7.      Seksuele stoornissen

Ontstaan door versmachting van de geslachtsorganen in het bekken, waar zich immers makkelijk vet en vocht ophopen.  Hier komt nog bij dat zwaarlijvige mensen zich vaak niet aantrekkelijk voelen.  Zwaarlijvige vrouwen hebben meestal een moeilijkere bevalling dan slanke.  Zwaarlijvige mensen raken ook moeilijker aan een partner.

 

8.      Vroegtijdige veroudering

door de grotere belasting van vitale organen zoals het hart, de longen, de lever, de nieren, de pancreas en de galblaas. 

 

9.      Grotere kans op ongelukken

door de traagheid in bewegen en reageren.  Er is vaak meer pijn en verwonding door het zwaardere gewicht, men loopt makkelijker ergens tegen.

 

10.  Zwakkere weerstand

door de belasting door zwaarlijvigheid kunnen organen zich moeilijker verdedigen, zweet men vaak meer, loopt men meer risico op infecties.  Soms wordt de immuniteit ook verzwakt door negatieve gedachten, een laag zelfbeeld, depressiviteit.

 

11.  Slaapproblemen

kunnen ontstaan door de moeilijkere ademhaling, negatieve gedachten, het niet vinden van een goede slaaphouding door de uitgezette buik.

 

12.  Vermoeidheid

Kan het gevolg zijn van eventuele slaapproblemen, meer infecties, de grotere inspanning bij beweging door het grotere gewicht, de traagheid, een verstoorde bloedsuikerspiegel, negatieve gedachten en gevoelens, rugklachten, een moeilijkere uitscheiding van gifstoffen, enz.

 

13.  Psychische problemen

Een grote druk kan ontstaan door het opgedrongen slankheidsideaal, de reacties van de omgeving, gevoelens van minderwaardigheid, onmacht, schuld, angsten, ontevredenheid, afwijzing, enz.

 

14. Maagbreuk en liesbreuk

Door de grote druk van de uitgezette buik kan de maag door het middenrif geraken via de opening voor de slokdarm in het middenrif.  Dit kan allerlei soorten spijsverteringsproblemen zoals reflux, slokdarmontsteking of –vernauwing, als gevolg hebben.  Bij een liesbreuk stulpt het buikvlies uit door een zwakke plek in de liesstreek; dit kan operatief hersteld worden.

 

15. Chronische inflammatoire toestand

Adipose cellen scheidden grote hoeveelheden TNF- en IL-6 af.  Het plasmaniveau van deze pro-inflammatoire cytokinen is evenredig met het BMI en worden nog meer verhoogd bij viscerale obesitas.  Zodoende kan obesitas als een chronische inflammatoire toestand beschouwd worden met veel van de gevolgen op het vlak van immuniteit, gedrag, stofwisseling en cardiovasculaire risico’s (Chrousos, George P. The Stress Response and Immune Function: Clinical Implications: The 1999 Novera H. Spector Lecture Annals of the New York Academy of Sciences 917: 38-67 (2000))

Een studie toonde overtuigend aan dat de plasma pro-inflammatoire C-reactief proteïne waarden opmerkelijk hoger waren bij mensen met obesitas en overgewicht dan bij slanke mensen (JAMA, 12/8/99, Vol 282: pp 2165-2171)

 

 

Geraadpleegde literatuur

Rousseau, N., Dossier preventie van zwaarlijvigheid bij kinderen, in: Food in action, nr. 01, november 2008, pp.4-7

Prevost, M., Het nieuw Vlaams actieplan rond voeding en beweging verliet onlangs de tartblokken, in: Food in action, nr. 01, november 2008, pp.38-39

Van den Wyngaert, L., Het Tri-Actief Afslankingsprogramma, Arinus, Genk, s.a.

 

 

© Luc Van Oost – gezondheidstherapeut – www.lucvanoost.be

Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd en mag op geen enkele wijze worden vermenigvuldigd of doorgegeven worden aan anderen zonder toestemming van de auteur.

Dit artikel werd met de meeste zorg samengesteld.  Niettemin is het nooit geheel uitgesloten dat informatie door tijdsverloop, recent wetenschappelijk onderzoek of andere oorzaken onjuist, onvolledig of achterhaald is.  De auteur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor enige directe of indirecte gevolgen voortvloeiend uit de gegevens.  Dit artikel is niet bedoeld als vervanging voor een medische diagnose en medische zorg door een arts.  De lezer wordt uitdrukkelijk geadviseerd zijn arts te raadplegen bij enigerlei klachten of symptomen.

Suggesties, commentaar en reacties zijn steeds welkom op het vermelde e-mailadres.