Arteriosclerose

 

Samenvatting

Omschrijving

Mogelijke oorzaken en beïnvloedende factoren

Homocysteïne

Uitdroging

Stress

Eiwit

Cholesterol

 

 

Omschrijving

 

Een belangrijke probleem bij vele hart- en vaataandoeningen is de arteriosclerose of “slagaderverkalking”.  Hierbij worden de slagaders dikker en stijver door een laag op de vaatwanden, die bestaat uit o.a. cholesterol, kalk en bloedresten.  Hierdoor krijgt het bloed minder ruimte om te stromen en neemt de bloeddruk toe, wat kan leiden tot verzwakking van de bloedvaten, aneurysma’s (uitstulpingen), angina pectoris, beroerte, hartinfarct, schade aan de nieren of het netvlies van de ogen, enz.

Het arterioscleroseproces is eigenlijk een resultaat van een globale ontsteking van het endotheel, de binnenwand van de slagaders.  Dit kan het gevolg zijn van een virale of bacteriële infectie, maar vooral van roken en homocysteïne, evenals voedingsfouten en een gebrek aan antioxidanten.    De afzetting van cholesterol, maar vooral van calcium gebeurt als een reparatiemechanisme.

In 1977 gaf de ziekteverzekering ongeveer 94 miljoen euro uit aan cholesterolverlagende medicijnen.  In 2008 was dit opgelopen tot 391 miljoen euro.

 

Mogelijke oorzaken en beïnvloedende factoren:

 

Het proces van arteriosclerose neemt toe door de combinatie van:

·        vrije radicalen vb uit sigarettenrook

·        te weinig antioxidanten, vb. vitamine C, E, carotenoïden, co-enzyme Q10

(vitamine C verhoogt de productie van collageen, eslastine en andere moleculen in de bloedvaten en zorgt voor een versteviging, stabilisering en onstekingswerende werking)

·        tekort aan omega 3 vetzuren

·        teveel aan arachidonzuur dat de aanmaak bevordert van prostaglandines type 2 die zorgen voor meer ontsteking van de vaatwand en meer kleverige bloedplaatjes

·        teveel aan linolzuur dat omgezet wordt in arachidonzuur

·        geoxideerd cholesterol of oxycholesterol als gevolg van de actie van vrije radicalen

·        de schadelijke werking van transvetzuren die zich inbouwen in de celmembranen en cellulaire functies verstoren en waardoor bloedplaatjes makkelijker aan elkaar en aan de vaatwand verkleven

·        en die bovendien de werking van omega 3 en 6 vetzuren verstoren waardoor minder prostaglandines (weefselhormonen) van type 1 en 3 worden gevormd met als gevolg onvoldoende bloedverdunnende en ontstekingswerende werking hiervan ter hoogte van de bloedvaten

·        te weinig drinken (uitdroging)

·        chronische stress

·        tekort aan foliumzuur

·        beschadiging van het endothelium

·        lipoproteïne oxidatie en ontsteking

·        hemodynamische factoren die de elasticiteit van de vaatwanden, de diameter van het bloedvat, de morfologie van het endotheelweefsel bepalen zoals  hoge bloeddruk, vaatverkalking, hoeveelheid lipoproteïne dat in de lever wordt geproduceerd, vaatverwijdende stoffen

·        hyperlipidemische factoren zoals te veel of te weinig LDL-cholesterol, hoge lipoproteïne (a), apolipoproteïne (apo B), te weinig lipoproteïne lipase LPL

·        een verhoogd homocysteïnegehalte

·        te laag jodiumgehalte, jodium is te vinden in zeewieren en vis; beschermt tegen vaatwanddegeneratie

·        daling van het gehalte aan silicium in de aorta gaat samen met de ontwikkeling van plaquevorming.  Slagaders zonder plaque bevatten ong 14 keer zoveel silicium.

·        voldoende kalium is belangrijk voor de regeling van de bloeddruk.  In het Westers voedingspatroon is er door het verborgen zoutverbruik, een wanverhouding tussen natrium en kalium

·        te weinig vitamine K2, deze vitamine beschermt de vaatwand tegen arteriosclerose, omdat het calcium uit de vaatwand haalt en in het bot vastzet.  Deze vitamine wordt geroofd bvb. door coumarines, dit zijn sterke bloedverdunners.

 

Uit studies bij mens en dier komt steeds meer naar voren dat geoxideerde lipoproteïnes tengevolge van een overmatige productie van vrije zuurstofradicalen een grote rol spelen bij de ontwikkeling van arteriosclerose en een aantal hart- en vaataandoeningen die hiervan het gevolg zijn.  Een antioxidatieve therapie kan een belangrijke rol spelen bij de preventie en behandeling van deze ziekten.

 

Homocysteïne is een toxisch aminozuur en een tussenproduct in het metabolisme van het aminozuur methionine dat we met de klassieke Westerse voeding teveel binnenkrijgen, vooral met vlees en andere dierlijke producten.  Door gebrek aan vitamine B6, B9 (foliumzuur) en B12, en door de klassieke eiwitrijke voeding, wordt homocysteïne te weinig heromgezet tot methionine (hermethylering) of te weinig omgezet tot cysteïne (transsulfuratie) en aldus onschadelijk gemaakt.   Remming van het methyleringsproces kan gebeuren door veroudering, intensief sporten, chronische ontsteking, door tekorten aan choline, B6, foliumzuur, B12.  Andere factoren die een rol spelen zijn het gebruik van geraffineerde suiker in al zijn variaties op het thema (patisserie, snoep, confituur, chocolade,…), roken, koffie.  De vermelde vitamines worden bovendien geroofd door het gebruik van de pil, statines, sommige bloeddrukmiddelen, aspirine, koffie, tabak, alcohol,…

Homocysteïne werkt als een vrije radicaal, brengt een vorm van ontsteking teweeg in de vaatwand, oxideert de vaatwand, verhoogt de ongunstige LDL-cholesterol, bevordert de omzetting van cholesterol in oxycholesterol, beschadigt de binnenlaag van de vaatwand, tast het collageen in de vaatwand aan waardoor de elasticiteit vermindert, en dit werkt arteriosclerose in de hand, omdat er lipoproteïnen worden op afgestuurd ter herstelling en deze stellen zich in de plaats van collageen.  

Op de beschadigde vaatwand komen witte bloedcellen af en LDL-cholesterol en lipoproteïne (a) die trachten een ‘verband’ op de slagaderwand te vormen totdat er voldoende herstellend collageen wordt aangemaakt.  Aan de beschadigde vaatwand gaan bloedplaatjes kleven, oxycholesterol, triglyceriden en andere vetstoffen, witte bloedcellen die de cholesterol proberen te verwijderen zonder succes, en bovenal calcium dat in het bloed circuleert.  De plaque bestaat immers voor 85 tot 98% uit calcium, niet cholesterol, vandaar de term verkalking.  Van deze plaque kunnen brokstukjes afbreken die de oorzaak kunnen zijn van beroertes en hartinfarcten.

Het lipoproteïne (a) is een vetsubstantie vergelijkbaar met cholesterol, dat schadelijk wordt als er een tekort is aan vitamine C, B3 en lysine.  Ook transvetzuren en erfelijkheid spelen een rol.

 

Eén op twee mensen boven de 50 heeft een teveel aan homocysteïne.  Dit is niet zo bekend, maar wordt beschouwd als een belangrijkere risicofactor dan cholesterol.  Homocysteïne is meetbaar in het bloed.  Het heeft ook een invloed bij depressie, aangeboren misvormingen, bepaalde vormen van kanker, reumatoïde arthritis, netvliesdegeneratie, ziekte van Alzheimer.

 

Uitdroging, vooral bij oudere mensen, is een onderschat probleem.  Als het lichaam te weinig vocht krijgt, haalt het dit uit de cellen, tussen de cellen en uit het bloed.  Daardoor vernauwen de bloedvaten, stijgt de bloeddruk en op termijn zelfs het cholesterolgehalte, want als de cellen teveel water aan het bloed dreigen te verliezen, wordt er extra cholesterol gestuurd om de celmembranen te dichten als noodmaatregel om zich te weren tegen de osmotische druk van het bloed.  Ook kan er zout opgehouden worden om water vast te houden.  Als men dan als medicatie plaspillen krijgt voorgeschreven, valt men van de regen in de sloot...  Te weinig vocht kan ook leiden tot neurologische problemen zoals depressie, dementie en tot nierkwalen, vermoeidheid, infecties enz.

 

De verhouding tussen totaal cholesterol en HDL cholesterol geeft meer informatie over de kans op hart- en vaataandoeningen dan alleen de totaal cholesterol.  Naast het cholesterolgehalte is ook het triglyceridengehalte in het bloed belangrijk omdat ook dit een invloed heeft op de kans op hart- en vaataandoeningen.  Triglyceriden worden vooral gebruikt als energiebron.  Zowel triglyceriden als LDL-cholesterol kunnen in de vaatwand stapelen waardoor arteriosclerose kan ontstaan.

 

Ongeveer tot 1950 was het de gewoonte om  dierlijke vetten te gebruiken, vooral op het platteland, bvb. roomboter, gesmolten spek, reuzel e.d.  Desondanks was in die tijd het aantal hart- en vaatziekten niet alarmerend.  Rond 1960 stelde men een abnormale stijging vast van deze aandoeningen, waarbij men ontdekte dat de overledenen een te hoog cholesterolgehalte hadden in het bloed, dat zorgde voor dichtgeslibde bloedvaten.  De dierlijke vetten werden als schuldige aangeduid.  Op een tiental jaar tijd werd het traditionele voedingspatroon veranderd; men raadde aan magere zuivelproducten en mager vlees te gebruiken, margarine,  plantaardige olie en vis. 

We zien echter op dit moment dat bijna de helft van de Westerse bevolking sterft aan hart- en vaataandoeningen. 

Jan Dries besluit: ‘We kunnen de sterke toename van hart- en vaatziekten dus niet alleen aan het gebruik van dierlijke vetten toeschrijven.  De stijging van het eiwitgebruik na de Tweede Wereldoorlog heeft een veel grotere invloed gehad.  Doorslaggevend is echter de sterke toename van stress ten gevolge van een te snel groeiende en veranderende samenleving.’

 

Eiwit is moeilijk afbreekbaar en laat nogal wat afvalstoffen achter, in de vorm van metabole zuren.  Deze worden deels door de longen verbrand en uitgeademd, door de lever geneutraliseerd of door de nieren uitgescheiden.  De niet-uitgescheiden afvalstoffen stapelen zich op in weefsels en zorgen voor een permanente belasting van het lichaam. 

Hart- en vaataandoeningen, reumatische klachten, nierziekten en waarschijnlijk ook kanker hebben te maken met een te hoog eiwitgebruik, dat in het bijzonder de darmen belast.  Een teveel aan eiwit kan ook voor een energiestoot zorgen, waardoor men geen raad met zichzelf weet, agressief kan worden, driftmatige spanningen oplopen krijgt, enz..  Een teveel aan eiwit kan ook een geforceerde groei veroorzaken; dit verklaart wellicht de abnormale toename in lengte van de jongere generaties.  Te veel plantaardig eiwit is trouwens even schadelijk als te veel dierlijk eiwit.

 

In de jaren ’70 werd in diverse studies een verband gelegd tussen het gebruik van verkeerde vetten en een te hoog cholesterolgehalte, wat dan weer verband houdt met hart- en vaatziekten, maar ook met kanker.  Als men een vetarm dieet volgt, daalt de cholesterol maar weinig.  Als men echter dierlijke eiwitten uit het dieet weert, daalt de cholesterol drastisch.  De verklaring hiervoor volgens dr. Lothar Wendt ligt in het eiwitdepot van het lichaam: “Dit depot is in staat om een eventueel tijdelijk tekort aan eiwitten in de voeding te overbruggen.  Het eiwitdepot wordt gevormd door de endo- en epitheelcellen van de bloed- en haarvaten.  De dikte ervan kan verschillen, alnaargelang er meer of minder eiwitten in je voeding voorkomen.  Bij een tekort wordt reserve-eiwit uit het depot gehaald.  Eet je daarentegen teveel eiwitten, dan blijven de cellen doorgroeien en kan de dikte van het eiwitdepot vertienvoudigen!  Bij een dergelijke omvang vermindert de doorlaatbaarheid sterk en verhoogt je lichaam de bloeddruk om het voedseltransport te kunnen handhaven.  Maar dit verloopt niet zonder problemen.  Wordt het transport van urinezuur belemmerd, dan ligt de weg open naar jicht, reuma en M.S.  Als insuline niet goed meer wordt doorgelaten, ontstaat ouderdomsdiabetes.  En als het transport van cholesterol ernstig gehinderd wordt, kan het zich vastzetten op de te dikke eiwitlaag.” (Geryl, p.89-90) 

Een teveel aan eiwit bemoeilijkt dus de doorstroming van cholesterol, insuline, urinezuur of in het algemeen de uitscheiding van afvalstoffen en de opname van nuttige voedingsstoffen.  Zo wordt stilaan de kiem gelegd van talrijke ziektes en aandoeningen, en dit gebeurt op steeds jongere leeftijd.

 

Bij vegetariërs komen hart- en vaataandoeningen opvallend minder voor en als ze toch voorkomen zijn ze veeleer te wijten aan stress of erfelijke belasting.

 

Vitamine K2 helpt bij de botgroei, celvernieuwing, verbetert elasticiteit van de bloedvaten, vermindert afzettingen in de bloedvaten.  Uit een langdurige studie blijken mensen met voldoende K2 gemiddeld 7 jaar langer te leven.

 

Het zuur-basenevenwicht is ook belangrijk.  Het klassieke Westerse voedingspatroon kent overwegend een zuuroverschot, wat leidt tot verzuring.  Elders wordt dit uitvoerig uitgelegd. 

“Zuur bloed zoekt ter neutralisering calcium op.  Dat is voorhanden in de vaatwand.  Die wordt dus aangevreten en dat “gaatje” moet gedicht worden…dat gebeurt dan met cholesterol.” (Monique van den Assum, Voed je goed, voel je goed, p.28)  Ik merk op dat ook calcium wordt aangetrokken, dit is immers een natuurlijke reactie van het lichaam: daar waar een zwakte is, kan het lichaam dit versterken met behulp van calcium…

 

Om de ernst van de slagaderverkalking in te schatten, raad W.J. Duckaert aan om in het bloed de oxycholesterol te laten testen, het homocysteïnegehalte, de HbA1 en CRP.  Door de HbA1 kan men nagaan wat de invloed is van de bloedsuikerspiegel op de slagaderwand.  De C-reactief proteïne test is een indicator voor de ontsteking.

 

J. Korthuis vermeldt in “Oog in oog” dat arteriosclerose ook een leverprobleem is.  Men dient dan extra lecithine te gebruiken, vitamine E, choline, inositol, vitamine B6 in de voeding of als voedingssupplement.

 

Dr. Hans van Montfort op www.cigmtr.nl:

 

Trombose/embolie

Bij een beschadiging van een bloedvat door een trauma of door afzetting van kalk, komen er producten vrij die de stolling activeren. Een voor een worden de verschillende stollingfactoren geactiveerd en op hun beurt activeren zij de volgende factoren. Zo verloopt er een hele cascade van reacties, waarbij de ene na de andere stollingfactor wordt geactiveerd tot als laatste de omzetting van fibrinogeen in fibrine plaatsvindt. Dit is een eiwitrijke laag, welke ervoor zorgt dat een wond snel kan sluiten; er wordt een bloedstolsel gevormd dat de opening in een bloedvat dicht. Bij trombose wordt een stolsel gevormd, zonder dat hiervoor een fysiologische reden aanwezig is. Er is namelijk geen wond die gedicht moet worden. Dit stolsel zet zich vast aan de wand van het bloedvat en belemmert zo de bloedstroom. Tevens kan zo de bloedvatwand beschadigd worden. In de meeste gevallen treedt een veneuze trombose op in de benen of in het bekken, maar het kan ook op andere plekken zoals in de arm, de hersenen of de buik. Een gedeelte van dit stolsel kan loslaten en in het bloed worden meegevoerd naar andere delen van het lichaam. Een losgelaten stolsel wordt een embolie genoemd. Dit kunnen levensgevaarlijke situaties worden als de embolie naar long-, hart- of hersenvaten gaat. Het lichaam lost normaal zelf de stolsels op. Echter, de aanwezigheid van een trombose of embolie kan ook leiden tot vergroting van de stolsels. Het is daarom zaak primair deze problemen te voorkomen of, als het probleem al aanwezig is, dit zo snel mogelijk op te lossen.


In de verschillende onderzoeken naar nattokinase is vast komen te staan dat dit enzym zelf een zeer krachtige fibrinolytische werking heeft en daarnaast ook de werking van het in het lichaam aanwezige antistollingfactor plasmine bevordert. Het blijkt dat nattokinase veel sterker werkt dan de langer bekende stoffen, zoals streptokinase en urokinase. Nattokinase beïnvloedt ook de viscositeit (stroperigheid) van het bloed door deze te verlagen en de aggregatie(samenklontering) van rode bloedcellen te remmen. Ook verlaagt het de stollingsfactoren VII en VIII, evenals het fibrinogeen. Dat is belangrijk omdat een verhoging van deze stoffen een verhoogd risico op hart- en bloedvatziekten met zich meebrengt. Nattokinase kan daarom ingezet worden in de preventie en de therapie van de trombose en de embolie. Omdat de kalkhuishouding hier ook een rol speelt combineer ik dit graag met vitamine K2.

 

Vitamine K2 vindt men ook in groene bladgroente en vooral zuurkool.

 

Zie ook de teksten over:

hoge bloeddruk

cholesterol en vet

 

 

Geraadpleegde literatuur:

Beerlandt, C., De sleutel tot zelfbevrijding, Petiet, Tiel, 1996

CM, Folder “Verhoogde bloeddruk”, dienst GVO CM, Brussel

Dalhke, R., & Dethlefsen, T.,  De zin van ziekzijn, Ankh-Hermes, Deventer, 1985

Dries, J., Voedingstherapie, deel 1 en 2, Arinus, Genk, 2000

Duckaert, W.J., Dossier hart en vaten, in: Maar natuurlijk, nr.32, jan-feb 2010, pp.10-26

Franckaert, D., Pathologie, Arinus, Genk, s.a.

Margodt, J., Fytotherapie, Arinus, Genk, s.a.

Pincemail, J. et alteri, Antioxidantia en preventie van hart- en vaatziekten, Uittreksel uit Medi-Sfeer aangeboden door Pharma Nord

Sharon, A., Alles wat je moet weten over voeding en gezondheid, Zuidnederlandse uitgeverij, Aartselaar, 2001

Verhelst, G., Groot handboek geneeskrachtige planten, Mannavita, Wevelgem, 2004

Vogel, A., De kleine dokter, UGN/Sijthoff, Elburg/Amsterdam, 1987

 

© Luc Van Oost - gezondheidstherapeut  Info@lucvanoost.be

Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd en mag op geen enkele wijze worden vermenigvuldigd of doorgegeven worden aan anderen zonder toestemming van de auteur.  Dit artikel werd met de meeste zorg samengesteld.  Niettemin is het nooit geheel uitgesloten dat informatie door tijdsverloop, recent wetenschappelijk onderzoek of andere oorzaken onjuist, onvolledig of achterhaald is.  De auteur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor enige directe of indirecte gevolgen voortvloeiend uit de gegevens.  Dit artikel is niet bedoeld als vervanging voor een medische diagnose en medische zorg door een arts.  De lezer wordt uitdrukkelijk geadviseerd zijn arts te raadplegen bij enigerlei klachten of symptomen.  Suggesties, commentaar en reacties zijn steeds welkom op het vermelde e-mailadres.