Eigenwaarde

 

Economisch en existentieel concept

Roeping en de psychisch gezonde persoonlijkheid

Overtuigingen

Ego

Maskers

Normen

 

Economisch en existentieel concept

Laten we leren een onderscheid te maken tussen het existentiële en het economische concept van eigenwaarde.  Eigenwaarde is in se gekoppeld aan existentie.  Je bent het waard omdat je er bent.  Punt ander lijn.

In het economisch middel wordt je eigenwaarde afgebroken door opvoeding, onderwijs, godsdienst, media enz.  Waarom?  Omdat als je eenmaal iets kwijt bent, je de neiging hebt om ernaar te streven het terug te krijgen.  Met andere woorden: er wordt een behoefte gecreëerd.  Hoe kan je het nu terugkrijgen?  Je kunt waardering krijgen als je doet wat anderen je zeggen, als je je gedraagt zoals het hoort, als je braaf bent, als je niet teveel lawaai maakt, als je een job hebt, als je veel geld verdient, een mooie auto hebt, een mooie vrouw of man hebt, kinderen hebt zoals het hoort, als je hemdje gestreken is, als je haar goed zit, als je niet stinkt, als je slank bent enz.  Voor de traditionele landbouwer is eigenwaarde zelfs evenredig met de grootte van zijn land, met het aantal koeien en het aantal kinderen dat hij heeft, vooral het aantal zonen.  Je kunt ook waardering en sympathie krijgen als je iemand anders waardering geeft en dus zorgt voor wederzijdse waardering, het zgn. waarderingscontract.

Eigenwaarde wordt dus gekoppeld aan het materiële (wel handig voor de economie) en aan bepaalde waarden,  normen, gedrag en overtuigingen (wel handig voor het voortbestaan van de maatschappij en de cultuur).  Er wordt dus een behoefte aan goederen gecreëerd op basis van de behoefte aan waardering, voortgekomen uit het valse concept van eigenwaarde. De reclame speelt hier handig op in.  Wat te denken bvb. van de reclameslogan van L’Oréal: “Want je bent het waard.” ?

Waardering krijgen wordt dus gekoppeld aan voorwaarden.  Het is niet makkelijk om een hele dag lang aan al deze voorwaarden te voldoen, en als je er even niet aan voldoet, is het te hopen dat niemand het gezien heeft.  Het spelletje van bewust of onbewust streven naar waardering, achting, erkenning, goedkeuring, beloning enz. kun je een heel leven lang spelen, dat kost geen enkele moeite, het gaat vanzelf.  Voor de moderne mens die op zoek is naar zekerheden, lijken dergelijke voorwaarden toch een riskante onderneming.

 

Eén van de addertjes onder het gras van dit concept is de afhankelijkheid.  Om waardering te krijgen ben je immers afhankelijk van anderen.  En we zijn best bereid om er veel voor te doen om die waardering te krijgen en te behouden, héél veel.  We willen er ons zelfs voor opofferen als het moet, onszelf voor wegcijferen.  Een mogelijke valkuil is de ervaring van waardering en goedkeuring bij het zorgen voor een ander, anderen helpen, in de bres springen, niets is je teveel om iets voor een ander te doen.  Als dit gepaard gaat met verwaarlozing van jezelf met alle gevolgen vandien, is er iets mis.  In jouw leven ben jíj immers de belangrijkste persoon, simpelweg omdat het jouw leven is, zodoende gaat het niet op dat je geleefd wórdt. Het ziet er naar uit dat we op de eerste plaats voor onszelf moeten zorgen.  Laten we duidelijk zijn dat het hier niet gaat over egoïsme, dat is iets anders.  We zijn zelfs bereid een job aan te nemen die we eigenlijk niet graag doen zolang we maar voldoende waardering krijgen al of niet in de vorm van een financiële verloning.

Een ander addertje onder het gras: onzekerheid.  Vermits we afhankelijk zijn van de ander voor zijn waardering kunnen we ook nooit zeker zijn dat die ander ook zijn waardering zal blijven geven.  Zolang we het eens zijn met de ander, is er geen probleem, maar als we het niet eens zijn met hem of haar, dan komt de kat op de koord…  Angst voor onenigheid, kritiek, afwijzing, conflict, ruzie, enz. kan het gevolg zijn.  Ook het slachtofferdenken is een gevolg van dit concept van eigenwaarde, waarover later meer.   Ook jaloezie kan men in dit verband begrijpen.  Jaloezie kan men beschouwen als een teken van minderwaardigheid.

Het is merkwaardig hoe reeds jonge kinderen, zelfs baby’s een sterke behoefte hebben om OK gevonden te worden.  Het gaat hier om een natuurlijke behoefte om te ervaren dat men welkom is op deze aardbol, maar hierin schuilt ook een groot gevaar zoals later zal uitgelegd worden.  Op deze natuurlijke behoefte is ook het opvoedingsprincipe van straf en beloning gebaseerd.  Met dit principe leert het kind stilaan wat mag en niet mag, wat als goed en aanvaardbaar wordt ervaren in de maatschappij en wat niet. 

Per slot van rekening is opvoeding en socialisatie wel nodig om toch een beetje met elkaar te kunnen samenleven.  Als een kind echter vaak kritiek, denigrerende opmerkingen, straf, beledigingen, pesterijen, verwaarlozing, weinig of geen waardering en respect enz. heeft gekend, kan hij minderwaardigheidsgevoelens krijgen en bvb. in zichzelf gekeerd raken of introvert worden als gevolg van verlies van eigenwaarde, uit teleurstelling in de verwachting naar anderen toe en om zichzelf te beschermen tegen kwetsuren.  Introvertie zou men vanuit deze optiek kunnen beschouwen als een levenslang rouwproces.  De andere pool is dat het kind arrogant wordt en denkt dat het meer waard is dan een ander, het heeft ervaren hoe goed het voelt om een ander te vernederen.  In de diepte lijden arrogante mensen echter aan onzekerheid.  Zo kent iedereen wel mensen die Frans praten of met een Frans accent om hun stand te verhogen.  Of mensen die trachten belangrijke personen te leren kennen waardoor ze zichzelf beter voelen en boven hun eigen teleurstellende rang of niveau hopen uit te stijgen (zie de beroemde komische serie “Keeping up appearances”).

Het wegvallen van waardering, het krijgen van kritiek, straf, ruzie hebben enz. doet pijn, kwetst ons.  Het krijgen van waardering, complimenten, sympathie, een beloning, een prijs, een diploma, een medaille enz. geeft ons een goed gevoel.  Vermits we van nature streven naar aangename gevoelens en onaangename gevoelens trachten te vermijden, zijn we dus gevangen, een vogel voor de kat.  Voor het voortbestaan van de maatschappij, de cultuur en de economie komt dit concept van eigenwaarde goed van pas.

Het existentiële concept van eigenwaarde is onvoorwaardelijk, niet gebonden aan voorwaarden.  Bovendien is het ene constructief en het andere in feite destructief.  Dit creëert een heel andere situatie.  De vraag is of de maatschappij angst moet hebben voor mensen die niet willen leven volgens het economisch concept van eigenwaarde, of zelfs bij uitbreiding niet volgens het gangbare economische model.  Per slot van rekening moeten deze mensen ook eten, ergens wonen, zich verplaatsen, in een bed slapen, werken, enz. en dragen ze ook bij tot de economie. 

We gaan nu eens bekijken hoe het leven er uitziet van dergelijke mensen.

 

Roeping en de psychisch gezonde persoonlijkheid

Talenten, gaven, begaafdheden, roeping kunnen we beschouwen als de basis van ons leven.  Als we deze trachten te ontwikkelen, hierrond een opleiding volgen en ons beroepsleven en sociaal leven uitbouwen, staan we veel sterker in onze eigenwaarde.  We vinden onze plaats in de maatschappij en in de maatschappij vinden we hetgeen we nodig hebben om onze talenten of roeping waar te maken. 

Het ontwikkelen van onze talenten en het volgen van onze roeping zorgt voor voldoening, zelfvertrouwen, passie.  Het werk getuigt van kwaliteit, deskundigheid, waardigheid, wijsheid, discipline, inspiratie.  We worden geaccepteerd, gerespecteerd, geapprecieerd en men beschouwt ons als een autoriteit en als iemand waar men van kan leren.

In deze passie, in de drang om bij te leren, en er alles van te weten, worden we niet geteisterd door onzekerheid, twijfel en angst, maar ervaren we een gevoel van uitdaging, grenzen verleggen, beperkingen overstijgen met een ondertoon van “ik kan het aan, het zal mij lukken, ik maak vooruitgang.”.  In periodes van tegenslag en moeilijkheden weten we dat ze voorbijgaan en dat het om uitdagingen gaat die we nodig hebben om vorderingen te maken in het leven.

We gaan ook anders om met verwachtingen.  We kunnen wel iets hopen, willen of plannen, maar daarom hoeft dit nog niet te lukken.  Er zijn zoveel factoren die het anders kunnen doen lopen.  Als we geen verwachtingen hebben, zijn we minder teleurgesteld.  We kunnen ervoor kiezen tegenslagen te zien als uitdagingen, waar we kunnen van leren.

 

Wat er gebeurt is dat we in harmonie zijn met het universum, met de stroom van het leven; onze roeping geeft immers ook de zin aan van ons leven.  We worden “geholpen” in de vorm van intuïtieve ingevingen, zgn. toevallige ontmoetingen of gebeurtenissen die feitelijk goed van pas blijken te komen.  We voelen goed aan wat en wie bij ons past en wat niet.   Intuïtie wordt door sommigen beschouwd als de stem van God of van het Universum die ons ingeeft wat we moeten doen of wat niet.  We ervaren meer dan anderen eenheid in plaats van verdeeldheid.  Ook ervaren we meer innerlijke rust dan onrust.

Deze deskundigheid en dit zelfvertrouwen kunnen zich ook op andere domeinen in het leven manifesteren.  We proberen in andere zaken ook goed te zijn en we herkennen passie en deskundigheid bij medemensen die zich op een ander domein hebben toegelegd.  Deze herkenning brengt respect en waardering voor de ander met zich mee, ook al kennen we zelf niet zoveel van dit ander domein.  Daarom oordelen we niet over een ander noch over zijn bezigheden, maar zijn ervan overtuigd dat zij hun eigen weg gaan die het universum voor hen heeft voorzien.  Iedereen heeft zijn taak, zowel de directeur als de poetsvrouw.  De een is niet meer waard dan de ander.  Als we de indruk hebben dat sommige mensen zich ledig houden met nutteloze zaken, hun tijd verdoen met beuzelarijen, dan vinden we dit bijzonder jammer omdat er zoveel nuttige en waardevolle dingen te doen zijn.

Ons leven op dergelijke manier kunnen uitbouwen, vraagt wel de nodige voorwaarden.  Zo moeten we als kind de ruimte, de vrijheid en de kansen krijgen om onze talenten te ontdekken en te ontwikkelen.  Een goede ouder zal bij het kind diens interesses, talenten en gaven opmerken en stimuleren. 

Een kind moet ook de ruimte en het respect krijgen om zichzelf te mogen zijn.  Elk kind heeft de behoefte om OK gevonden te worden, om geaccepteerd en gewaardeerd te worden.  Dit geeft echter zo’n goed gevoel, dat we de fout maken als volwassene nog steeds te zoeken en te streven naar waardering en bevestiging en zo maken we onszelf hiervoor afhankelijk van anderen, wat een heel kwetsbare positie is.  Als volwassene moeten we onszelf de waardering en de acceptatie geven die we nodig hebben.  Zelfs als er niemand is die waardeert wat we doen, dan kunnnen we nog altijd onszelf die waardering geven.  En als iemand ons benadert alsof wij minderwaardig zijn, wil dat nog niet zeggen dat die persoon gelijk heeft: het zegt meer over hem dan over ons.

De aangeboren eigenschappen van het kind mogen niet onderdrukt worden in functie van het ideale maatschappijmodel: de massamens, de meeloper, de jaknikker die zich braaf gedraagt zoals het hoort, zich geen kritische vragen stelt en accepteert en consumeert wat hem wordt aangeboden door de reclame, de media, de politiek, de godsdienst, de opvoeding, de school.  Uiteraard moet het kind vertrouwd worden gemaakt met sociale en maatschappelijke regels, waarden en normen.  We noemen dit vrijheid in gebondenheid.  De tijd en de vergissingen van de anti-autoritaire opvoeding zijn gelukkig voorbij.

Iedereen heeft een unieke persoonlijkheid met zijn eigen individuele kenmerken.

Een individu dat de ruimte en de kans heeft gekregen zijn persoonlijkheid en zijn talenten te ontwikkelen, gaat zijn eigen weg en durft neen te zeggen tegen mensen en dingen die niet bij hem horen.  Hij is niet.afhankelijk van de waardering van anderen.  Zijn werk en zijn passie zorgen voor zelfwaardering en zelfvertrouwen.  Voor zijn werk heeft hij een intrinsieke motivatie.  Hiermee bedoelt men dat de motivatie uit hemzelf komt, uit zijn innerlijke, het is een drang, een drijfveer.  Met extrinsieke motivatie bedoelt men een motivatie om uiterlijke redenen, zoals geld, bezittingen, kleding, schoonheid, macht, aanzien.

Hij doet ook aan zelfopvoeding en zelfvorming waar zijn opvoeding thuis en zijn schoolse vorming hem tekort schoten.  Hij getuigt van creativiteit en spiritualiteit.  Hij is creatief, niet re-creatief.  Op andere mensen kan een dergelijk persoon overkomen als ab-normaal, d.w.z. afwijkend van het normale, van de norm.  Ze hebben hun leven in eigen handen, ze worden niet geleefd.  Ze worden niet gebruikt door de maatschappij, maar ze gebruiken de maatschappij om hun doelstellingen te verwezenlijken.

Uiterlijk lijkt er soms niet veel verschil met andere mensen: ze hebben werk, een woning, een gezin, een hobby enz.  Hun leven is echter opgebouwd vanuit hun innerlijke.

 

Hun gezondheid is normaal gezien beter dan die van de doorsnee-mens.  Eigenwaarde vertaalt zich immers in het immuunsysteem, dat zorgt voor de verdediging tegen indringers:  “Ik ben het waard om te verdedigen.”  Geest en lichaam van de massamens protesteren tegen de klassieke conditionering en kunnen symptomen vertonen die door de klassieke geneeskunde worden onderdrukt zodat ze zo vlug mogelijk terug aan het werk kunnen.  Ook de klassieke psychologie en psychiatrie zal proberen hen liefst zo snel mogelijk terug aan het werk te krijgen en op het pad dat de maatschappij hen voorschrijft.  Lukt het niet, dan kunnen ze een tijdje of voor goed weggestoken worden in allerlei instellingen, zodat de maatschappij door hen niet gestoord wordt in haar drukke en belangrijke bezigheden.

Ziekte en symptomen nodigen ons uit na te denken over onze levenswijze, voeding, bepaalde overtuigingen die we hebben, wegen die we bewandelen, enz.   Ze kunnen ons helpen bepaalde veranderingen aan te brengen waar nodig.  We dragen geen schuld aan het krijgen van een ziekte, maar we dienen wel onze verantwoordelijkheid te nemen om de boodschap te begrijpen en uit te voeren.

 

Het is niet altijd mogelijk om onze roeping te vertalen in een fulltime hoofdberoep.   Soms zijn we genoodzaakt om den brode een job uit te oefenen, maar kunnen we toch onze talenten kwijt in onze vrijetijdsbesteding, in het verenigingsleven, in een bijberoep enz. 

Materiële beperkingen, een verkeerde opvoeding, een verkeerd onderwijstype kunnen er soms voor zorgen dat men pas op latere leeftijd zijn roeping kan waarmaken.  Gelukkig bestaat er tegenwoordig een enorm aanbod in het volwassenenonderwijs en de beroepsopleidingen voor hen die zich in iets willen bekwamen, bijscholen of herscholen.

 

Overtuigingen

Dankzij onze zintuigen nemen we prikkels waar uit de buitenwereld en uit het inwendige van ons lichaam.   We nemen iets waar en soms worden we ons ervan bewust en soms niet.  Dit heeft te maken met betekenisgeving.  De prikkels worden nl. getoetst aan ons referentiekader, dat bepaald wordt door de cultuur waarin we leven en die ons geconditioneerd of geprogrammeerd heeft met massa’s normen, regels, waarden, motieven en beliefs of overtuigingen.  Zijn de prikkels relevant, dan worden we ons ervan bewust.

Het is belangrijk te beseffen dat gevoelens kunnen veroorzaakt worden door gedachten, meer in het bijzonder door overtuigingen.  We kunnen overtuigingen ook noemen: beliefs, meningen, ideeën, conclusies, geloof, patronen, programmeringen, conditioneringen, beleid, ideologie, normen, doelstellingen, enz. 

Waar halen we al onze overtuigingen vandaan?  Van de radio, de TV, de krant, de leerkrachten op school, onze ouders, onze vrienden en kennissen, de Bijbel enz.  Het komt er vaak op neer dat anderen ons vertellen wat we moeten denken en hoe we ons moeten voelen.  Uit al deze meningen en onze ervaringen trekken we onze conclusies en vormen we zelf onze onvertuigingen, of nemen we ze gewoon over.  En we geloven ook dat deze overtuigingen juist en waar zijn, en we zullen ook mensen vinden die deze overtuigingen bevestigen.  We zijn in feite afhankelijk van mensen die ons gelijk geven.  Mensen die een andere overtuiging hebben, daar voelen we ons niet zo gemakkelijk bij, we voelen ons bedreigd in ons geloofssysteem en we zoeken argumenten om te bewijzen dat ze ongelijk hebben of we gaan deze mensen uit de weg op allerlei manieren, bvb. door hen af te schilderen als abnormaal, dom, simpel, gek, enz.  

We zullen zelfs omstandigheden vinden en aantrekken die onze overtuigingen bevestigen.  We noemen dit de self-fulfilling prophecy.  Als we weer in zo’n omstandigheden zijn terechtgekomen, kunnen we fier zeggen: “Zie je wel? Ik heb het toch gezegd? Ik heb gelijk.”

Wat we ook geloven of welke overtuigingen we ook hebben, deze overtuigingen bepalen wel onze gevoelens en emoties, ja zelfs ons leven en de omstandigheden.

De meeste mensen beseffen dit niet en denken dat gevoelens en emoties hen overkomen, dat ze er niets aan kunnen doen, ze hebben ze niet in de hand.  Ze wijten hun gemoedstoestand  dan ook aan de omstandigheden, aan het weer, aan de toestand van de wereld, aan hun ongelukkige opvoeding, aan onsympathieke leerkrachten, aan het werk of aan hun werkloosheid, aan de politici, de economie, het verkeer, aan hun baas, hun vrouw, de paus, de hond enz.  Ze leggen dus de touwtjes in handen van anderen of omstandigheden, ze zijn ervan afhankelijk voor hun gemoedstoestand, hun geluk, hun stemming.  Vermits anderen de schuld dragen voor hun onaangename gevoelens, zijn zij het slachtoffer.  Sommige mensen voelen zich zelfs schuldig als ze zich goed voelen, want er is zoveel leed op aarde.  Als we het leven of de omstandigheden of andere mensen de schuld geven van hoe we ons voelen, geven we onvermijdelijk de touwtjes uit handen en doen we afstand van het recht om zelf te bepalen hoe we ons voelen.  Het biedt wél het voordeel dat, als we ons teleurgesteld, kwaad, verdrietig, angstig enz. voelen, als we ons vergissen en fouten maken, we de schuld op een ander kunnen steken.

Enkele ingeslepen en vastgeroeste overtuigingen:

·        Ik kan er niets aan doen

·        Ik ben zo geboren

·        Zo ben ik nu eenmaal

·        Het is al heel mijn leven zo

·        Ik voel mij nu eenmaal zo

·        Hij heeft me gekwetst

·        Ik ben met het verkeerde been uit bed gestapt

·        Hij maakt me boos

·        Had ik maar…

·        Was ik maar…

·        Het is zijn schuld

·        Hadden mijn ouders meer geld gehad…

·        Ik kon mij niet beheersen

·        Het werd me teveel

·        Had ik maar veel geld

·        Ik geraak niet van die sigaretten vanaf

·        Zie je wel?

·        Ik moet altijd alles onder controle hebben

 

De belangrijkste leugens op een rijtje:

1.      Emoties overkomen ons en we hebben er zelf geen deel aan

2.      Andere mensen en situaties in ons leven zijn de oorzaak van onze emoties

3.      We horen te lijden; van lijden worden we beter

 

Het slachtofferdenken is wijdverbreid.  Paul Solomon schat dat 99% van de mensen leeft, functioneert en zich voelt als slachtoffer.

De meest bewonderenswaardige mensen zijn dan degenen die hun lijden gewillig dragen en er toch in slagen om vriendelijk, aardig en gelukkig te zijn.

Onderdeel van persoonlijkheidsvorming of het werken aan onszelf, is trachten te ontdekken welke overtuigingen we hebben opgedaan en het verband te leggen met onze gevoelens, emoties, levensomstandigheden.  Dit vraagt natuurlijk wel wat tijd die we moeten vrijmaken voor onszelf.  Een goed hulpmiddel hierbij is een klad- of werkschriftje waarin we enkele gebeurtenissen van de voorbije dag noteren, hoe we ons daarbij gevoeld hebben, wat we daarbij gedacht hebben, hoe we gereageerd hebben en vooral: waarom hebben we ons zo gevoeld, gedragen, die gedachten gehad?  Waar hebben we dit geleerd, welke overtuigingskes steken erachter, enz.

Ego

Iemand sympathiek vinden of niet, kan met waardering te maken hebben.  Als je iemand sympathiek vindt, mag je zeer waarschijnlijk waardering van hem verwachten.  Vindt je iemand niet sympathiek, dan hoef je geen waardering te verwachten, wellicht eerder kwetsende opmerkingen of blikken.

Waarom voelen we ons nu gekwetst als iemand een bepaalde opmerking geeft die niet in onze smaak valt?  Dit heeft te maken met eigenwaarde en bij uitbreiding met ons ego.

We hebben een bepaald beeld van onszelf opgebouwd op basis van hoe we eruit zien, onze bezittingen, onze prestaties, onze ervaringen, hoe we echt zijn en hoe we zouden willen dat we zijn; het bestaat dus uit feiten en uit verzinsels.

Een realistische aanvaarding van onze goede en minder goede eigenschappen, onze mogelijkheden en beperkingen, vraagt eerlijkheid en openheid.

Als iemand een kwetsende opmerking geeft, zijn er twee mogelijkheden: of het is waar of het is niet waar.  Als het waar is, en we zijn eerlijk genoeg om dit te beseffen en voor onszelf toe te geven, dan hoeven we ons niet gekwetst te voelen, het gaat immers gewoon om een feit, dat we ook aan de ander kunnen toegeven.  Als het niet waar is, dan moeten we natuurlijk het feit tegenspreken of vragen hoe die persoon daar is opgekomen.  Het is mogelijk dat iets op een neutrale manier werd gezegd, maar dat het de inhoud was die kwetste, maar het kan ook zijn dat de toon waarop deze opmerking werd gegeven beledigend of kwetsend was.  In dat geval is men wel genoodzaakt iets over deze toon te zeggen, anders blijft men ermee zitten en weet de ander niet dat je niet opgezet bent met deze wijze van communicatie, los van wat er gezegd wordt.

 

Als iemand je beledigt, je kwetst, tegen je brult, bedenk dan het volgende:

·        Wijzelf geven andere mensen aan hoe ze ons moeten behandelen

·        Ze proberen aan ons hun gevoel van waarde te ontlenen door te brullen of te vernederen

·        De enige macht die iemand heeft over ons is de macht die wij hem zelf hebben gegeven

·        Je kunt deze persoon ook anders bekijken bvb. als een klein kind dat staat te stampen en te brullen en waar je geamuseerd naar kijkt

 

Hoe komt het nu dat we ons gekwetst voelen als iemand een pijnlijke opmerking maakt over onze auto, onze partner, onze kinderen, ons werk, ons land, onze godsdienst, onze nationaliteit, enz.?  Het gaat toch immers niet over onszelf?  Dit komt door wat we noemen “identificatie”.  We identificeren ons met ons werk, ons gezin, ons land, onze politieke partij enz. en bijgevolg maken deze deel uit van ons ego, dat hierdoor dus nog kwetsbaarder wordt dan het al was.

Waar we ons ook mee kunnen identificeren zijn normen.  We maken ons bepaalde normen, overtuigingen, gedragsregels enz. eigen.  Als we dan merken dat iemand niet aan onze norm of de algemeen geldende norm voldoet, zijn we geërgerd, zodat we dus geneigd zijn iets te doen om deze persoon tot de norm te brengen door hem terecht te wijzen, uitleg te vragen, ter verantwoording te roepen, te straffen, trachten te overtuigen enz.  de gehechtheid aan normen en overtuigingen is een bijkomende factor die het ego verzwakt en ons kwetsbaarder maakt.

 

Maskers

Het is goed om een onderscheid te leren maken tussen temperament en karakter.  Ons temperament omvat onze aangeboren eigenschappen en weerspiegelt onze natuur.  Ons karakter omvat de aangeleerde eigenschappen en weerspiegelt dus de cultuur.  Het ideale zou zijn als we in het dagelijkse leven kunnen zijn zoals we echt zijn van nature.

Maar dit kan niet zomaar, omdat de maatschappij verwacht dat je ooit eens een plaats inneemt in de maatschappij i.c. een job, een woning, een gezin, kleding, comfort enz.  Om hieraan te kunnen deelnemen en beantwoorden, moet je dus leren schrijven, rekenen, lezen, enkele talen leren, wat geschiedenis, aardrijkskunde, de attitudes die horen bij het kunnen leven in deze maatschappij zoals doorzettingsvermogen, beslilssingsvermogen, zelfstandigheid, samenwerking, relativiteitszin, kritische zin, zin voor orde en structuur, objectiviteit, empathie, enz.  Tijdens opvoeding en vorming leer je niet alleen vele praktische zaken om te kunnen functioneren in de maatschappij, maar ook hoe je je best kunt gedragen in allerlei omstandigheden, welke overtuigingen je best kunt hebben (zie vroeger) en welke gevoelens daarbij horen, duizenden normen en waarden, regeltjes, wetten, voorschriften, decreten enz.  Het is een erg ingewikkelde maatschappij en het duurt dan ook vele jaren om al deze zaken te leren. 

Veel van deze normen en waarden zijn bedoeld om met elkaar te kunnen samenleven op een min of meer fatsoenlijke manier.  Bovenop onze eigen aard of temperament wordt dus een sociaal laagje gelegd.  Men spreekt ook van maskers.  Als we de deur uitgaan, hebben we al ons masker opgezet dat ons toelaat deel te nemen aan het spel: onze kleding zit recht, ons haar is gekamd, we hebben ons gewassen, geschoren en geparfumeerd, onze schoenen aangetrokken, tas of rugzak met ons gerief, we zijn niet bezopen om acht uur ‘s morgens en hebben onze glimlach opgezet, we gebruiken de communicatievaardigheden die we geleerd hebben, en alles loopt vlot.

Als we terug thuis komen van het werk, en ons bevinden in de geborgenheid van onze eigen woning, kunnen we terug ons masker afzetten en op onze blote voeten lopen, ongeschoren, ruikend naar zweet, haar in de war, in onze onderbroek, nog een blikje bier gaan halen in de keuken waar een week afwas staat en de schimmel op de patatten van vier dagen geleden.  Thuis mogen we doen wat we willen en zijn zoals we willen, niemand hoeft ons hier te becommentariëren of commanderen.  Dat doen ze al genoeg op het werk en op straat.

Laten we duidelijk zijn: we hebben ons masker nodig.  Waar vinden we mensen die geen masker dragen?  In de psychiatrie…

 

Normen

Is het gedrag dat je vertoont normaal of abnormaal?  Bén je normaal ?  Of ben je abnormaal en voel je je daardoor minderwaardig, teleurgesteld, uitgesloten?

 

In het woord normaal zit “norm”.  Normaal betekent volgens de norm en ab-normaal afwijkend van de norm.  Norm zou je misschien kunnen omschrijven als een maatstaf geldend in een bepaalde cultuur, in een bepaalde tijdspanne, binnen een bepaalde groep over een bepaald thema of levensaspect.

Andere woorden voor normen zijn o.a. : idealen, verwachtingen, regels, voorschriften, wetten, decreten, doelstellingen, rechten, plichten,…

Maar wie bepaalt eigenlijk die normen?

Er zijn objectieve normen, die staan ergens zwart op wit, zijn vastgelegd, bvb. de verkeersregels, milieunormen, bouwvoorschriften, enz.  Ze gelden in principe voor iedereen.

Dan zijn er ook subjectieve normen, die niet zwart op wit staan, maar worden doorgegeven van ouder op kind, leerkracht op leerling, kinderen aan elkaar, …  Men heeft ergens het idee opgedaan dat iets zus of zo zou moeten zijn.

Vb. : “je moet de mode volgen”, “je moet een partner vinden”, “je moet kinderen krijgen”. 

Er is geen enkele wet die je verplicht om te trouwen, kinderen te krijgen en de mode te volgen, er staat geen sanctie op.  Toch is het zo dat mensen je scheef kunnen bekijken of roddelen over jou als je niet modieus bent, geen partner of kinderen hebt of wilt.  Bij subjectieve normen speelt vooral de sociale controle/druk een rol, vanuit de veronderstelling:  omdat iets zo is, is dat goed en moet dat zo blijven.

We zien dat normen kunnen veranderen in de loop der tijden.  Zo is het ideaalbeeld van de vrouw nu anders dan die in de tijd van Rubens.  Men kan zich de vraag stellen wie deze normen verandert en hoe?

Een belangrijk element bij normen is de groep of subcultuur waarin je je bevindt.  Er zijn de gangbare algemene normen in een cultuur van een bepaald land, maar er zijn ook subculturen.

Een norm kan gelden binnen een bepaalde groep maar dan weer niet in een andere groep. 

Zo kunt u jeans en een slordig kapsel dragen als u speelt in een band die moderne muziek brengt.  Dit kunt u niet maken als u in een klassiek orkest speelt.

Als u zich niet thuis voelt in deze maatschappij of cultuur of mainstream, zijn er altijd wel subculturen van mensen met eenzelfde interesse, gelijkgezinden, lotgenoten waar u zich kan bij aansluiten.

Onbewust vergelijken mensen iemands gedrag altijd met een stelsel van gangbare normen die gelden voor een cultuur of subcultuur, ze gebruiken deze dus als referentiekader.  Vertoont iemand een normaal gedrag, dan is er niets aan de hand.  Vertoont iemand een abnormaal gedrag, dan vindt men dit vreemd, men verbaast zich, begrijpt het niet.

Dan zijn er blijkbaar twee mogelijkheden :

a)      men tracht dit vreemde gedrag te begrijpen door er een verklaring voor te vinden, te weten te komen waarom iemand dat doet; dit kan leiden tot een verruiming.

b)      Men verwerpt het gedrag, doet geen inspanning om iemand te begrijpen en laat blijken dat men het gedrag niet apprecieert of accepteert.

Sommige mensen maken nu de fout om iemands gedrag gelijk te stellen aan iemands totale persoonlijkheid.  Als iemand een vreemd gedrag vertoont, vinden ze hem raar, een vreemde snuiter, een abnormaal iemand.

Ook de persoon wiens gedrag of persoonlijkheid niet begrepen wordt, voelt zich teleurgesteld, gekwetst, onbegrepen.  Als dit veel voorkomt, kan dit iemands zelfbeeld en zelfvertrouwen  ondermijnen.

Mensen die om een of andere reden een eigenschap hebben of gedragingen waar ze niets aan kunnen doen en die ze niet kunnen veranderen om zich aan te passen aan de gangbare norm, kunnen het erg moeilijk krijgen.  Denken we bvb. aan een fysieke of mentale handicap, homoseksualiteit, … 

Deze mensen hebben het moeilijk om geaccepteerd te worden en zich goed te voelen in de maatschappij.  Dit kan leiden tot reacties gaande van depressie tot agressie naar anderen toe in de vorm van wrok, haat, vandalisme, geweld, protest, enz. maar ook agressie naar zichzelf toe in de vorm van zelfmoord, verminkingen, enz.

Een stelsel van normen biedt een kader van zekerheid, veiligheid.  Als iemand afwijkt van de norm, dan voelt men zich onzeker t.o.v. die persoon, bedreigd en men gaat in de verdediging of in de aanval, een natuurlijke reactie.

Er zijn mensen die zich aanpassen aan de normen, ook al voelen ze zich er niet goed bij en bedriegen ze daarmee zichzelf.

Er zijn ook mensen die zich niet aanpassen aan een bepaalde norm(en), omdat ze dat niet kunnen of niet willen.  Deze mensen zijn interessant, omdat ze een uitdaging betekenen voor hun omgeving, voor de maatschappij om de gangbare normen te verleggen en zo te komen tot een evolutie en meer tolerantie en begrip.  Hier ligt een kans tot creativiteit.

Als het aantal mensen dat een afwijkend gedrag vertoont, groot genoeg is, dan komt er ook een kentering, omdat de mensen er stilaan mee vertrouwd geraken en het accepteren als een veel voorkomend verschijnsel. 

Zo kon iemand die een bril moest dragen 40 jaar geleden, makkelijk getrakteerd worden op allerlei beledigingen zoals “uilekop, brillekop”, enz.  Nu zijn er zodanig veel mensen die een bril dragen, dat men ’s avonds wel doodmoe zou thuiskomen als men iedereen met een bril zou willen uitmaken die men in de loop van de dag tegenkomt.  Voor zwaarlijvigheid zijn we echter nog niet zo ver.

Een minderheid die afwijkt van de norm of die het niet eens is met een bepaald idee of een bepaalde norm, kan door protestacties proberen iets aan deze norm te veranderen.  Zo zijn we bvb. gekomen tot stemrecht voor vrouwen, tot het accepteren van euthanasie, tot het verwijderen van kernraketten.  Het kan ook zonder protestacties.  Zo groeit de interesse voor  complementaire gezondheidszorg zoals homeopathie of osteopathie, die inmiddels zodanig verspreid en ingeburgerd zijn dat ze meer en meer geaccepteerd worden en niet meer weg te denken zijn.  Dit is de kracht van de stille massa.

Belangrijk is de koppeling van normen aan waardering.  Mensen hebben een grote behoefte  aan waardering, sommigen zijn er zelfs verslaafd aan en zullen maar al te graag zich aanpassen aan een gevraagde norm om de erbij horende waardering te krijgen.   

U kunt waardering krijgen als u goede schoolresultaten behaalt, slank bent, een mooie auto hebt, een hoog inkomen, enz.  Bent of hebt u dit niet, dan krijgt u er ook geen waardering voor, en voelt u zich niet goed.  Integendeel, u krijgt er waarschijnlijk zelfs afkeuring of minachting voor als u slechte punten haalt, dik bent, met een wrak rondrijdt of geen nagel hebt om aan uw gat te krabben.  In dat geval staan er allerlei instanties en deskundigen klaar om u te helpen om die gewaardeerde normen toch te bereiken of, als u dat met de beste wil van de wereld echt niet kunt, om u dan toch te helpen zichzelf te accepteren, ook al beantwoordt u niet aan al die mooie idealen.

Een ander element is de instinctieve angst om uitgestoten of uitgesloten te worden, de angst om alleen of geïsoleerd te staan in het leven of m.a.w. de drang om erbij te horen.   Men zal zich liever aanpassen aan een norm of verwachting dan een buitenstaander, zonderling, vreemde vogel te worden.  Als men er bovendien waardering bovenop krijgt, waarom zou men dan niet zijn best doen om zich aan te passen en normaal te zijn en te blijven?

Het is ook een instinctieve reactie om zich onzeker, ongerust of zelfs bedreigd te voelen als je iemand ontmoet die zich vreemd gedraagt of er op een of andere manier vreemd uitziet.  Instinctief reageert men met zich terug te trekken, in de verdediging te gaan, aan te vallen of zelfs iemand uit te stoten.  Gelukkig zijn we als mens méér dan alleen maar instinct, zodat we ons hierboven kunnen verheffen en een andere reactie hebben zoals: nieuwsgierigheid, interesse, begripsvermogen, empathie, enz.

 

Literatuur

Jiddu Krishnamurti

René Dijkstra

Albert Ellis

Paul Solomon

Rüdiger Dahlke en Torwald Dethlefsen

De Block, A., Algemene didactiek

 

© Luc Van Oost – gezondheidstherapeut – www.lucvanoost.be 

Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd en mag op geen enkele wijze worden vermenigvuldigd of doorgegeven worden aan anderen zonder toestemming van de auteur.

Dit artikel werd met de meeste zorg samengesteld.  Niettemin is het nooit geheel uitgesloten dat informatie door tijdsverloop, recent wetenschappelijk onderzoek of andere oorzaken onjuist, onvolledig of achterhaald is.  De auteur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor enige directe of indirecte gevolgen voortvloeiend uit de gegevens.  Dit artikel is niet bedoeld als vervanging voor een medische diagnose en medische zorg door een arts.  De lezer wordt uitdrukkelijk geadviseerd zijn arts te raadplegen bij enigerlei klachten of symptomen.

Suggesties, commentaar en reacties zijn steeds welkom op het vermelde e-mailadres.